Voor deelname aan de collectieve zorgverzekering geldt dat:
het inkomen niet meer bedraagt dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm; en
het vermogen niet meer bedraagt dan het vrij te laten vermogen als bedoeld in artikel 34 lid 3 Pw.
Voor het bepalen van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, als bedoeld in lid 1 onder a Pw, wordt de kostendelersnorm niet toegepast.
Een inkomenswijziging na toekenning van de bijzondere bijstand voor de kosten van de collectieve zorgverzekering, die beëindiging van de bijzondere bijstand tot gevolg heeft, heeft geen gevolgen voor het kalenderjaar waarvoor de bijzondere bijstand is toegekend.
Het college verstrekt bijzondere bijstand in een deel van de premiekosten van een door het college aangeboden collectief aanvullende verzekering.
De in het vorige lid genoemde bijzondere bijstand wordt door het college jaarlijks vastgesteld op basis van de premies voor deze verzekeringen
Bij een aanvraag voor deelname aan de collectieve zorgverzekering wordt de onderhoudsplicht van de ouders bij jongeren tot en met 20 jaar, artikel 12 Pw, niet onderzocht.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.3
Collectieve zorgverzekering
Onderdeel van Eerste wijziging Beleidsregels bijzondere bijstand Kempengemeenten 2026