Als sprake is van bijzondere omstandigheden kan het college bijzondere bijstand verstrekken voor overige inrichtingskosten.
Bijzondere bijstand voor overige inrichtingskosten wordt om niet verstrekt.
De hoogte van de bijzondere bijstand wordt bepaald aan de hand van de actueel opgenomen bedragen in de Nibud-prijzengids in tabel 2.1A en 2.1B betreffende stoffering:
het percentage van het totaalbedrag bedraagt maximaal 100% als sprake is van zelfstandige bewoning van een woning;
het percentage van het totaalbedrag bedraagt maximaal 40% als sprake is van een klein appartement;
het percentage van het totaalbedrag bedraagt maximaal 30% als sprake is van een tiny house;
het percentage van het totaalbedrag bedraagt maximaal 20% als sprake is van kamerbewoning;
Bij het betrekken van een nieuwbouwwoning kan een hoger bedrag voor inrichtingskosten worden verstrekt van €750,- voor de meerkosten die een casco nieuwbouwwoning oplevert.
Bij het betrekken van een tiny house of klein appartement dat casco wordt opgeleverd, kan een aanvullende bijzondere bijstand worden verstrekt van maximaal € 500,- voor de meerkosten die een casco woning oplevert.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.1b
Overige inrichtingskosten
Onderdeel van Eerste wijziging Beleidsregels bijzondere bijstand Kempengemeenten 2026