Het college kan bijzondere bijstand verstrekken aan personen van 18, 19 of 20 jaar als deze
persoon in een inrichting verblijft:
de ouders zijn overleden;
sprake is van een aantoonbare ernstig verstoorde relatie tussen de ouders en de jongere, waardoor de jongere aantoonbaar zijn ouders niet op hun onderhoudsplicht kan aanspreken; of
de ouders aantoonbaar niet kunnen bijdragen in de kosten.
De hoogte van de bijzondere bijstand, als bedoeld in lid 1 wordt bepaald aan de hand van de
individuele situatie en bedraagt minimaal 75% van de norm van een alleenstaande van 21
jaar en ouder in een inrichting en maximaal 100% van de norm van een alleenstaande van 21
jaar en ouder in een inrichting.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.1
Artikel 12 Hoogte bijzondere bijstand 18 t/m 20-jarigen
Onderdeel van Eerste wijziging Beleidsregels bijzondere bijstand Kempengemeenten 2026