Een raadscommissie bestaat uit maximaal drie commissieleden per fractie.
De raadsleden zijn automatisch lid van de commissies.
De commissieleden, niet zijnde raadsleden, worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd. Deze commissieleden hebben tijdens de laatste raadsverkiezingen op de kandidatenlijst van de desbetreffende fractie gestaan;
De artikelen 10, 11, 12 en 13 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een lid van een raadscommissie.
Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de onder 3 benoemde commissieleden op om in een raadsvergadering de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
Bij de benoeming van nieuwe commissieleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde commissieleden, niet zijnde raadsleden, en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde commissieleden, niet zijnde raadsleden. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies.
Een commissielid kan zich tijdens een vergadering laten vervangen door hem per vergadering aan te wijzen lid van de raad of een commissielid.
Toelichting
De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft artikel 82, derde lid, van de Gemeentewet voor dat de raad moet zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke fracties. De verhoudingen in de raadscommissies hoeven overigens blijkens jurisprudentie niet exact overeen te komen met de verhoudingen in de raad.
De commissieleden worden door de raad benoemd, op voordracht van de fracties. Dit houdt in dat het aan de fracties zelf is om te bepalen wie de betreffende fractie vertegenwoordigen in de verschillende commissies.
De niet-raadsleden moeten – in verband met de kenbaarheid en kiezerlegitimiteit – wel tijdens de laatste raadsverkiezingen op de kandidatenlijst van de desbetreffende fractie OF een kandidatenlijst gestaan hebben. Om te beoordelen of wordt voldaan aan de eisen van de Gemeentewet, ligt het voor de hand om gebruik te maken van een geloofsbrievenonderzoek. Het verdient aanbeveling dit onderzoek uit te laten voeren door de commissie die voor raadsleden en wethouders het op basis van artikel V 4 van de Kieswet verplichte geloofsbrievenonderzoek uitvoert. De vereisten die onderzocht moeten worden zijn immers gelijk. Dit onderzoek (alleen naar de niet-raadsleden) gaat vooraf aan het raadsbesluit waarmee de commissieleden benoemd worden.
Paragraaf 2.
Artikel 4
Samenstelling, onderzoek en beëdiging commissieleden
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies van de gemeente Urk 2026