Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Toelage raadslid bijzondere commissies

Onderdeel van Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Urk 2026

Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend. van € 153,33 per maand. De toelage is per jaar maximaal driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage toegekend van € 153,33 per maand. Naast de in de wet specifiek omschreven vertrouwenscommissie en onderzoekscommissie worden de agendacommissie en werkgeverscommissie griffie aangemerkt als een bijzondere commissie. Toelichting Deze artikelen betreffen de toelagen voor de raadsleden die lid zijn van zogenaamde ‘zware commissies’. Hiermee wordt o.a. gedoeld op de vertrouwenscommissie en de onderzoekscommissie, zoals deze in de Gemeentewet specifiek zijn omschreven. De vaststelling dat er sprake is van een dergelijke bijzondere commissie, met deze financiële gevolgen, moet bij verordening / raadsbesluit plaatsvinden. Daarbij moet gemotiveerd worden dat het lidmaatschap van deze commissies duidelijk meerwerk is naast het reguliere lidmaatschap van de gemeenteraad. Voor de hoogte van de toelage voor het lidmaatschap van een bijzondere commissie geldt een bedrag van maximaal € 153,33 per maand. Het bedrag wordt jaarlijks in circulaires bekendgemaakt. In het raadsvoorstel van december 2024 is toegelicht waarom de gemeenteraad de agendacommissie en de werkgeverscommissie aangemerkt als bijzondere commissie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel