Woonvoorzieningen worden verstrekt om beperkingen te compenseren die het normale gebruik van de woning belemmeren. Zelfredzaamheid betekent dat de inwoner de woning op een gebruikelijke manier kan betreden en gebruiken. Met normaal gebruik wordt bedoeld dat de inwoner toegang heeft tot, en gebruik kan maken van, de elementaire woonfuncties van de woning.
De elementaire woonfuncties zijn:
wonen,
lichaamsreiniging, douchen en toiletgang;
de veiligheid in en rond de woning en de toegankelijkheid van de woning;
het bereiden en consumeren van eten (gebruik maken van de keuken);
het aan- en uitkleden, wassen en verschonen van een baby;
het doen van essentiële huishoudelijke werkzaamheden, zoals wassen, strijken en het opbergen van kleding;
slapen;
het zich verplaatsen in de woning;
kinderen moeten zonder gevaar in de woonruimte kunnen spelen.
Een woonvoorziening kan bestaan uit een:
woningaanpassing: een bouwkundige of woontechnische voorziening die aard- en nagelvast wordt aangebracht, dus niet zonder gereedschap kan worden verwijderd. Dit kan gaan om een verbouwing (bouwkundige ingreep) of om het plaatsen van speciale voorzieningen zonder aantasting van het gebouw (woontechnische ingreep).
roerende woonvoorziening: een voorziening die niet bouwkundig of woontechnisch van aard is en dus verplaatsbaar blijft.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.3
Woonvoorziening
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Wierden 2026