**1..** De belasting bedoeld in artikel 2, aanhef en onder a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon (of ander communicatiemiddel) inloggen op de centrale computer.
**2..** De belasting bedoeld in artikel 2, aanhef en onder b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend
**3..** Als een vergunning als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder b, in de loop van het kalenderjaar wordt verleend, is de belasting verschuldigd voor het gehele jaar waarop de vergunning betrekking heeft.
**4..** Als een vergunning als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder b, wordt beëindigd in de loop van het kalenderjaar, bestaat op schriftelijke aanvraag aanspraak op ontheffing voor het aantal resterende volle maanden van het kalenderjaar waarop de vergunning betrekking heeft.
**5..** In afwijking van het vierde lid bestaat geen aanspraak op ontheffing:
als het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,00;
voor een bezoekersvergunning (bezoekerssaldo); en
voor een tijdelijke vergunning voor wie de bestaande parkeermaatregel belemmerd is bij de uitvoering van tijdelijke werkzaamheden.
Artikel 7
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en invorderen van parkeerbelastingen Heemstede 2026