Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.3

Onderzoek

Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp gemeente Wierden 2026

De regisseur onderzoekt samen met de jeugdige en/of zijn ouders of jeugdhulp nodig is. Dit onderzoek vindt plaats aan de hand van het vijfstappenplan van de Centrale Raad van Beroep (CRvB): 1.. Stel de hulpvraag van de jeugdige en/of de ouders vast Het onderzoek start met het vaststellen van de hulpvraag van de jeugdige en/of ouder(s). Daarbij wordt het woonplaatsbeginsel toegepast en beoordeeld of de Jeugdwet van toepassing is (zie 3. Algemeen Afwegingskader). De hulpvraag vormt het vertrekpunt, maar is niet altijd leidend: na onderzoek kan bijvoorbeeld blijken dat andere ondersteuning nodig is dan gevraagd. 2.. Stel vast of er sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemenen/of stoornissen en zo ja, welke problemen en stoornissen dat zijn De regisseur stelt vast of sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen, en concretiseert deze indien aanwezig. Daarbij kan waar nodig gebruik worden gemaakt van externe deskundigheid, waaronder het product Advies & Expertise. Het onderzoek richt zich in ieder geval op: ● Ontwikkeling jeugdige: lichamelijk, verstandelijk, emotioneel en sociaal. ● Opvoeding door ouders: basiszorg en veiligheid, opvoedingsvaardigheden, oudercompetentie en onderlinge steun. ● Omgevingsfactoren: gezinssituatie (financiën, huisvesting, werk, basisbehoeften) en sociaal netwerk. 3.. Bepaal vervolgens welke hulp nodig is in vorm, duur en frequentie, gelet op de problematiek. De hulp moet de jeugdige in staat stellen om: 3.Gezond en veilig op te groeien; 1.. Te groeien naar zelfstandigheid; 2.. Voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren. Nadat de problematiek is vastgesteld, bepaalt de regisseur welke jeugdhulp passend is in vorm, duur en frequentie. Daarbij wordt rekening gehouden met: ● De leeftijd en het ontwikkelingsniveau van de jeugdige; ● De persoonskenmerken en behoeften van jeugdige en ouders; ● De godsdienstige gezindheid, levensovertuiging en culturele achtergrond van jeugdige en ouders. 4.. Onderzoek eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (eigen kracht) en eventuele mogelijkheid op een andere voorziening Wanneer jeugdige en/of ouders de problemen (deels) zelf of met steun uit het sociaal netwerk kunnen oplossen, is geen jeugdhulpvoorziening nodig. Ook als een algemene of voorliggende voorziening passend is, wordt verwacht dat hiervan gebruik wordt gemaakt. Het algemeen afwegingskader in hoofdstuk 3 biedt hiervoor de richtlijnen. 5.. Slechts voor zover die mogelijkheden ontoereikend zijn, verleent de regisseur een voorziening van jeugdhulp Pas wanneer de eigen kracht, het sociaal netwerk en algemene of voorliggende voorzieningen geen toereikende oplossing bieden, verstrekt de regisseur een individuele voorziening. Het besluit wordt gebaseerd op het onderzoek en vastgelegd in een beschikking.

Rechtspraak bij dit artikel