Wanneer een kind meer hulp nodig heeft dan de normale, dagelijkse zorg (de zogenoemde gebruikelijke hulp), blijven ouders in principe verantwoordelijk voor deze extra ondersteuning. De gemeente beoordeelt of het redelijk is om te verwachten dat ouders deze hulp zelf kunnen bieden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen kortdurende en langdurige situaties:
● Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en daarmee ook van de zelfredzaamheid van het kind. Het gaat om een aaneengesloten periode van maximaal drie maanden binnen een kalenderjaar.
● Langdurend: het gaat om chronische situaties waarin de hulp langer dan drie maanden nodig is of waarin meerdere perioden van drie maanden per jaar aan de orde zijn.
In kortdurende situaties verwacht de gemeente dat ouders (een deel van) de extra hulp zelf geven, tenzij dit door de aard van de hulp niet haalbaar is of ouders door (dreigende) overbelasting de hulp niet kunnen bieden (zie bijlage 3). Daarbij moet een duidelijk verband bestaan tussen de overbelasting en de zorg voor het kind.
Bij langdurige situaties kijkt de regisseur breder en weegt meerdere factoren mee, zoals:
● De aard, duur en intensiteit van de benodigde hulp;
● Of de hulp planbaar is;
● Het lichamelijk en geestelijk welzijn van de ouders;
● Hoe ouders omgaan met de problemen van hun kind;
● De vaardigheden van ouders om zelf hulp te bieden (bijvoorbeeld door een zorgachtergrond);
● Eventuele eigen problemen van de ouders, zoals relatieproblemen of schulden;
● Verplichtingen van ouders, zoals werk of andere sociale verantwoordelijkheden;
● Het belang van ouders om inkomen te behouden en financiële problemen te voorkomen;
● De woonsituatie en gezinssamenstelling (bijvoorbeeld aanwezigheid van een stiefouder);
● De aanwezigheid en inzetbaarheid van het sociaal netwerk (bijvoorbeeld familie, vrienden, buren);
● Andere persoonlijke omstandigheden die ouders of het kind inbrengen.
Bij persoonlijke verzorging gebruikt de gemeente de richtlijn gemiddelde tijd en frequentie van activiteiten bij persoonlijke verzorging (zie bijlage 5) als hulpmiddel bij de beoordeling.
Hoofdstuk
Artikel 3.4.2
Bovengebruikelijke hulp
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp gemeente Wierden 2026