Het plaatsen van een bank direct tegen de gevel van een inrichting is toegestaan, mits de overblijvende doorloopruimte op het trottoir daardoor niet kleiner wordt dan 2 meter, met dien verstande dat de doorloopruimte minimaal 3 meter moet bedragen binnen het gebied dat is aangeduid op de bij deze nadere regels behorende kaart.
De gevelbank mag niet worden verankerd in de grond.
De exploitant van de openbare inrichting zet na sluitingstijd de gevelbank binnen of zet de gevelbank zodanig vast dat deze niet verplaatst kan worden.
Een gevelbank wordt niet geplaatst binnen een afstand van 0,60 meter van een geleidelijn.
Artikel 3, lid 10 tot en met lid 14, is van overeenkomstige toepassing op een gevelbank.