Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Ontstaan van belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2026

In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. De naar jaartarieven geheven precariobelasting als bedoeld in artikel 7, eerste lid, is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. De tarieven precariobelasting als bedoeld in artikel 7, derde lid, is verschuldigd bij het einde van het belastingtijdvak. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor een evenredig aantal volle maanden dat er in het belastingjaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog overblijft. Als de belastingplicht aanvangt op de eerste dag van een maand wordt die maand aangemerkt als een volle maand. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor een evenredig aantal volle maanden dat er in het belastingjaar, na de beëindiging van de belastingplicht, nog overblijft, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel