Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6.

Artikel 14.

Regels om in aanmerking te komen voor een pgb

Onderdeel van Verordening Hart voor de Jeugd gemeente Ooststellingwerf 2026

1.. Het college kan een individuele voorziening verstrekken in de vorm van een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1. van de wet. Een pgb kan worden verstrekt indien: de jeugdige en/of ouder(s), al dan niet met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor, GI of gemachtigde, in staat zijn de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; de jeugdige en/of ouder(s) overtuigend kunnen motiveren waarom zij de individuele maatwerkvoorziening die door een gecontracteerde zorgaanbieder wordt geleverd niet passend achten; naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de jeugdhulp die de jeugdige en/of ouder(s) willen betrekken van een zorgaanbieder of een persoon die behoort tot het sociale netwerk van goede kwaliteit is. 2.. Als een jeugdige of zijn ouder(s) in aanmerking komen voor een individuele voorziening, maar de jeugdhulp zelf wensen in te kopen door middel van een pgb, dienen de jeugdige en/of zijn ouder(s) daartoe een pgb-plan in. In het pgb-plan is opgenomen: een probleemanalyse; de motivatie waarom het natura-aanbod van de gemeente volgens de jeugdige of zijn ouder(s) niet passend is en een pgb gewenst is; welke jeugdhulp de jeugdige of zijn ouder(s) willen inkopen met een pgb, wat het beoogde resultaat is en wanneer en hoe wordt geëvalueerd; de voorgenomen uitvoerder van de individuele voorziening en de wijze waarop de jeugdhulp georganiseerd wordt; op welke wijze de kwaliteit van de in te kopen jeugdhulp is gewaarborgd; de kosten van de uitvoering, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief (een begroting); indien van toepassing, welke jeugdhulp de jeugdige of zijn ouder(s) willen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk; de motivatie aan de hand van de tien punten benoemd in artikel 15 lid 1 van deze verordening waaruit blijkt dat de budgethouder of budgetbeheerder in staat is de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. 3.. Het pgb-budget is niet bedoeld voor de volgende kosten: kosten voor bemiddeling, coördinatie, tussenpersonen of belangenbehartigers; kosten voor de uitvoering van taken die horen bij budgetbeheer als het voeren van een pgb-administratie, het aanvragen van het pgb en het beheren van het pgb; reiskosten; besteding van het pgb in het buitenland, tenzij hiervoor expliciet toestemming is gegeven door het college; bijkomende zorgkosten zoals opleiding, maaltijden en entreegelden; kosten ten behoeve van een feestdaguitkering of eenmalige uitkering; kosten voor de aanvraag van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG); zak- of kleedgeld aan jeugdigen. 4.. Onverminderd artikel 8.1.1 van de wet, verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op de kosten die de jeugdige en/of ouder(s) voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt. 5.. Onverminderd artikel 8.1.1 lid 2 en artikel 8.1.4 van de wet, verstrekt het college geen pgb voor crisishulp. 6.. Voor informele hulp kan alleen een pgb worden verstrekt voor de profielen A: Enkelvoudige Specialistische Jeugdhulp, E: Begeleiding en Ondersteuning en I: Logeren. Dit in verband met de doelmatigheid van de geboden hulp in combinatie met de complexere problematiek in de andere profielen. 7.. Het college mag nadere regels vaststellen over de regels om in aanmerking te komen voor een pgb.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel