Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4.

Artikel 8.

Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren

Onderdeel van Verordening Hart voor de Jeugd gemeente Ooststellingwerf 2026

1.. Als bij het college een aanvraag wordt gedaan voor een individuele voorziening, voert het college in samenspraak met de jeugdige en/of de ouder(s) een onderzoek uit en maakt zo snel mogelijk een afspraak voor een gesprek. 2.. Het college zet voor het onderzoek de daarvoor benodigde specifieke deskundigheid in en informeert de jeugdige en/of ouder(s) desgewenst over die deskundigheid. Het onderzoek vindt plaats door of onder verantwoordelijkheid een geregistreerde professional als bedoeld in artikel 1.1. van het Besluit Jeugdwet. 3.. Bij het onderzoek stelt het college de identiteit van de jeugdige en zijn ouder(s) vast aan de hand van een door hen ter inzage verstrekt document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht. 4.. Het college verzamelt in overleg met de jeugdige en/of de ouder(s) alle voor het onderzoek van belang zijnde gegevens en bescheiden en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. 5.. Het college onderzoekt samen met de jeugdige en/of zijn ouder(s): wat de hulpvraag van de jeugdige en/of zijn ouder(s) is; of sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen. Als daar sprake van is, stelt het college vast om welke specifieke problemen en/of stoornissen het gaat; welke vorm van hulp nodig is in vorm, duur en frequentie gelet op de problemen en/of stoornissen die in onderdeel b zijn vastgesteld. De hulp moet voldoen aan de vereisten van artikel 2.3 lid 1 en lid 4 van de wet; als vaststaat welke hulp nodig is, beoordeelt het college welke eigen bijdrage de jeugdige, de ouder(s) en het sociale netwerk hierin kunnen leveren. De beoordeling hiervan is uitgewerkt in artikel 12 van deze verordening; als de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen zoals genoemd in onderdeel d onvoldoende zijn, zet het college een individuele voorziening in, tenzij jeugdige en/of ouder(s) aanspraak kunnen maken op een voorliggende voorziening of een algemene voorziening; als het college gelet op het bovenstaande een individuele voorziening moet inzetten, dan kan deze worden verstrekt als zorg in natura of als pgb. Het college informeert jeugdige en/of ouder(s) over de mogelijkheid om een pgb aan te vragen en geeft uitleg over wat de regels, gevolgen en verantwoordelijkheden zijn van een pgb. Hierin heeft de jeugdige en/of ouder(s) volledige keuzevrijheid; als de jeugdige en/of ouder(s) in aanmerking willen komen voor een pgb, beoordeelt het college deze aan de hand van de criteria genoemd in artikel 8.1.1 lid 2 van de wet en Hoofdstuk 6 van deze verordening. 6.. Als de jeugdige of zijn ouder(s) een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet aan het college hebben overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek. 7.. Het college kan nadere regels opstellen over de inhoud van het onderzoek en de manier waarop het onderzoek wordt uitgevoerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel