Naar hoofdinhoud
Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening verblijfsbelasting Aalsmeer 2026”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11 december 2025. De griffier, O. van Kolck De voorzitter, mr. G.E. Oude Kotte Toelichting Algemeen deel Op basis van artikel 224 van de Gemeentewet kan toeristenbelasting worden geheven ‘ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven’. Gemeenten hebben de vrijheid om tarieven voor toeristenbelasting in hun belastingverordening op te nemen die aansluiten bij het gevoerde gemeentelijke beleid en hebben een ruime beoordelingsmarge in het vaststellen van de tarieven. Omdat het voor deze belastingen niet alleen om toeristen gaat wordt deze heffing in Aalsmeer in de verordening aangeduid als verblijfsbelasting. Op basis van de Verordening wordt een percentage van de overnachtingsprijs als heffingsmaatstaf gehanteerd voor de verblijfsbelasting in Aalsmeer. Daardoor leveren bezoekers die in verhoudingsgewijs dure accommodaties verblijven, een grotere financiële bijdrage dan bezoekers die overnachten in het lagere prijssegment, terwijl elke bezoeker eenzelfde set minimale kosten met zich meebrengt voor de stad, bijvoorbeeld op het gebied van schoonmaak, handhaving, infrastructuur en onderhoud. Artikelsgewijze toelichting Hieronder worden enkele artikelen nader toegelicht uit de Verordening verblijfsbelasting Aalsmeer 2026. Artikel 1 Begripsomschrijvingen Om duidelijkheid te scheppen over de inhoud van een aantal in de Verordening voorkomende begrippen is daarvan een omschrijving opgenomen in artikel 1. Hierbij wordt opgemerkt dat deze begripsomschrijvingen alleen werking hebben onder de toepassing van de Verordening. Belanghebbenden kunnen aan deze begrippen dus geen rechten ontlenen voor zover zij deze toepassen buiten het bereik van de Verordening verblijfsbelasting. c. Met de term “al dan niet beroepsmatig verhuurde ruimten” wordt bereikt dat zowel beroepsmatig verhuurde woningen, bijvoorbeeld via een platform, als niet-beroepsmatig verhuurde woningen onder de heffing kunnen worden gebracht. e. De definitie van “hotel” is opgenomen om duidelijkheid omtrent dit begrip te scheppen. De Verordening verstaat, anders dan wellicht in het spraakgebruik gangbaar is, onder hotel ook pensions en hostels. f. De definitie van camping geeft aan wat onder een camping moet worden verstaan: er moet kunnen worden overnacht in mobiele kampeeronderkomens. Dit sluit niet uit dat op een camping ook vaste accommodaties zoals vakantiehuisjes aanwezig zijn. Door het begrip camping op te nemen in artikel 2 van de Verordening wordt bereikt dat ook het verblijf in dergelijke accommodaties die zijn gelegen op campings kan worden belast. Artikel 4 Maatstaf van heffing De heffingsmaatstaf is de vergoeding die voor het verblijf met overnachting in rekening wordt gebracht. Onder deze vergoeding ter zake van het verblijf moeten ook bijkomende vergoedingen worden begrepen die geacht worden deel uit te maken van de vergoeding voor het overnachten. Hierbij kan worden gedacht aan vergoedingen voor schoonmaak, beddengoed, handdoeken enzovoort, die mogelijk op de nota apart van de overnachtingsprijs worden vermeld. Dergelijke kosten hangen echter zo nauw samen met de overnachting dat deze onder de “vergoeding ter zake van het overnachten” als bedoeld in artikel 4 worden begrepen. Hieronder valt ook de inrekening gebracht BTW hierover. ECLI:NL:GHAMS:2020:2647 Dit geldt niet voor kosten die evident niet als kosten van de overnachting zijn aan te merken. Hierbij valt te denken aan kosten voor ontbijt, voedsel en drank, roomservice en bijkomende diensten die wellicht door de verblijfbieder worden verleend, zoals het boeken van excursies, het verhuren van fietsen etc. Artikel 5Belastingtarief De Gemeentewet schrijft geen tarief voor en gemeenten zijn in beginsel vrij om een heffingsmaatstaf voor de verblijfbelasting te bepalen, zolang deze maar niet afhankelijk is gesteld van inkomen, winst of vermogen van de belastingplichtige. De toelichting op de Wet materiële belastingbepalingen stelt dat gemeenten die heffingsmaatstaf mogen kiezen die het best overeenkomt met het gemeentelijk beleid en de praktijk van de gemeentelijke belastingheffing. Zo mogen de heffingsmaatstaven binnen een belastingverordening variëren. Tarieven kunnen worden gedifferentieerd, bijvoorbeeld naar gebruik, voordeel of kostentoedeling; zelfs milieuaspecten kunnen bij de tariefbepaling een rol spelen. De wetgever heeft ten aanzien van de verblijfsbelasting expliciet aangegeven dat differentiaties met betrekking tot de overnachtingsprijs aanvaardbaar zijn. ECLI:NL:HR:2003:AL6974, ECLI:NL:GHAMS:2002:AE2197. Voor toepassing van differentiatie geldt dat deze niet mag leiden tot strijdigheid met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Van strijdigheid met het gelijkheidsbeginsel zal niet snel sprake zijn, aangezien de verblijfsbelasting meerdere doeleinden heeft, te weten: opbrengst verwerven en regulering. Hierbij kan worden aangesloten met de differentiatie. Artikel 6 Belastingjaar De heffing is vormgegeven als een tijdvakbelasting. Het belastingtijdvak wordt gevormd door het kalenderjaar, en omvat alle belastbare feiten die in dat kalenderjaar plaatsvinden. Artikel 7 Vrijstellingen De Gemeentewet schrijft geen verplichte vrijstellingen voor, maar staat de gemeente toe om vrijstellingen op te nemen. Gemeente Aalsmeer heeft ervoor gekozen om enkele bijzondere verblijfsvormen vrij te stellen. Het gaat hierbij om verblijfsvormen waarbij de verblijfhouder doorgaans geen vrije keuze heeft. Naast verzorgden en verpleegden in verzorgings-, verpleeg- en ziekenhuizen is daarbij in een regeling voorzien voor vluchtelingen, ontheemden, asielzoekers, statushouders en dak- en thuislozen, voor wie de opvang door de overheid is gecoördineerd. Artikel 12 Overgangsbepaling Feiten die zich hebben voorgedaan vóór de inwerkingtreding van de nieuwe Verordening blijven op grond van de oude Verordening belast, ook al komt deze met ingang van 1 januari 2026 te vervallen. Dit wordt bereikt door het laatste zinsdeel van artikel 12, van de Verordening. Artikel 13 Inwerkingtreding In artikel 13 is de datum van ingang van de heffing opgenomen. Artikel 217 van de Gemeentewet bepaalt dat een belastingverordening een datum van ingang van de heffing moet vermelden. De datum van ingang van de heffing geeft aan vanaf welke datum de in de belastingverordening genoemde (belastbare) feiten in de heffing worden betrokken Bekendmaking geschiedt door plaatsing van de integrale tekst van het besluit tot vaststelling of wijziging van de belastingverordening in het elektronisch uitgegeven gemeenteblad (artikel 139, tweede lid, Gemeentewet). Daarnaast geldt de verplichting om doorlopende (‘geconsolideerde’) teksten van verordeningen op het Internet beschikbaar te stellen (artikel 140 Gemeentewet). Door de beschikbaarstelling van doorlopende teksten van regelgeving krijgt de burger niet alleen toegang tot de bekendmaking van nieuwe regels, maar ook tot een volledig overzicht van alle op enig moment geldende voorschriften Op grond van artikel 139 van de Gemeentewet moeten gemeenten de besluiten tot het vaststellen, wijzigen of intrekken van belastingverordeningen bekend maken. Het niet voldoen aan de bekendmakingsplicht betekent dat de belastingverordening niet verbindt (HR 31 maart 1993, nr. 28.034, BNB 1993/182, Belastingblad 1993, blz. 274; Hoge Raad 10 augustus 1998, nr. 33.632, LJN: AA2624). Een belastingverordening treedt dus pas in werking na haar bekendmaking. Artikel 14 Citeertitel Een citeertitel vereenvoudigt de verwijzing naar een bepaalde verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel