Bij de beoordeling van de aanvraag voor een vervoersvoorziening voor de leerling en eventueel een begeleider, kan het college de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en die van het gezin, en de afstand en route tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school onderzoeken. De mogelijke afstemming van de vervoersvoorziening, met andere in het kader van het sociaal domein aan de leerling of het gezin verstrekte voorzieningen, kan met toestemming van ouders ook deel uitmaken van het onderzoek.
Het college kan in een gesprek met de ouders en desgewenst de leerling, de noodzakelijk te achten vervoersvoorziening onderzoeken. Bij dit gesprek kan, als het college dat noodzakelijk acht, en met toestemming van de ouders, ook een medewerker uit een ander domein of een deskundige aansluiten.
Indien het college het noodzakelijk acht, betrekt het een deskundige bij het onderzoek en verzoekt advies uit te brengen