Naar hoofdinhoud

Artikel 8.

Eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen

Onderdeel van Beleidsregels Hart voor de Jeugd Ooststellingwerf 2026

1.. Bij voldoende eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen wordt geen individuele (jeugdhulp)voorziening toegekend. 2.. De volgende zaken worden beschouwd als eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen: Gebruikelijke hulp die door ouders wordt geboden; Niet-gebruikelijke hulp die door ouders en/of netwerk wordt geboden, in kortdurende situaties, die passend is en geen overbelasting oplevert voor degene(n) die deze hulp verlenen; De aanwezigheid van een aanvullende zorgverzekering die een passende vorm van hulp vergoedt; Wanneer jeugdige of ouders ondersteuning die daadwerkelijk beschikbaar is binnen het gecontracteerde aanbod willen afnemen bij een niet gecontracteerde aanbieder die hogere tarieven hanteert dan het gecontracteerde tarief en jeugdige of ouders deze meerkosten financieel kunnen dragen met een inkomen op minimumniveau. 3.. Om (de omvang van) gebruikelijke hulp vast te stellen wordt gebruik gemaakt van hoofdstuk 4 van de Beleidsregels Indicatiestelling Wlz 2024 geldend vanaf 1 januari 2024. Daarbij worden de volgende factoren afgewogen: Leeftijd; mate van zorg; mate van toezicht; mate van begeleiding; de aard en de duur van de hulp, de mate van planbaarheid van de hulp en de behoeften van de jeugdige. 4.. (Dreigende) overbelasting als bedoeld in lid 2 onder b kan alleen worden geobjectiveerd als er sprake is van een (medisch) bewijsstuk waarmee de overbelasting aannemelijk wordt gemaakt. 5.. Bij niet-gebruikelijke hulp wordt onderscheid gemaakt tussen de duur van de situatie waarin de hulp wordt geboden waarbij geldt dat: Er bij kortdurende situaties uitzicht is op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over een aaneengesloten periode van drie maanden in één kalenderjaar. Hierbij wordt van ouder(s) verwacht dat zij niet-gebruikelijke hulp bieden, tenzij deze gelet op de aard van de hulp niet van ouder(s) verwacht mag worden. Er bij langdurige situaties er naar verwachting jeugdhulp langer dan drie maanden nodig is of voor meerdere periodes van drie maanden in één kalenderjaar.

Rechtspraak bij dit artikel