Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Bezoldigingsverordening 1991

1. Burgemeester en wethouders stellen regels met betrekking tot de uitvoe¬ring van het functiewaarderingsonderzoek en de daarbij te hanteren methode. 2. Burgemeester en wethouders bepalen met inachtneming van de resultaten van het functiewaarderingsonderzoek en aan de hand van de vastgestelde conversie de voor de functie geldende functieschaal. 3. Het salaris van de ambtenaar wordt vastgesteld volgens de functieschaal die met inachtneming van het bepaalde in het vorige lid aan de door hem beklede functie is gekoppeld. 4. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid kunnen burgemeester en wethouders het salaris van de ambtenaar vaststellen volgens een lagere dan de voor zijn functie vastgestelde salarisschaal, indien de ambtenaar niet voldoet aan de gestelde functie-eisen van opleiding en/of ervaring. 5. Anders dan bij wijze van disciplinaire straf, als bedoeld in het Algemeen Ambtenarenreglement, kan zonder voorafgaand ontslag voor een ambtenaar geen functieschaal gaan gelden met een lager maximumsalaris dan dat van de reeds geldende functieschaal. 6. Het bovenstaande is niet van toepassing indien aan de ambtenaar schriftelijk is medegedeeld dat zijn functie een tijdelijk karakter heeft en dat de functieschaal in verband daarmede slechts tijdelijk zal gelden.

Rechtspraak bij dit artikel