In deze paragraaf worden de voornaamste risico’s van locaties met milieuactiviteiten beschreven.
De intensiteit van het beoordelen van meldingen en besluiten op vergunningaanvragen, evenals het toezicht op milieubelastende activiteiten is beperkt bij wet vastgelegd. Zo is in het Omgevingsbesluit een plicht opgenomen om regelmatig te bepalen of milieuvoorschriften in de vergunning nog toereikend zijn (actualiseringsplicht). In dit besluit is verder vastgelegd dat elke locatie met een IPPC-installatie met grote milieurisico’s minimaal 1x per jaar een controlebezoek krijgt én elke locatie met een IPPC-installatie met beperkte milieurisico’s minimaal 1x per 3 jaar een controlebezoek krijgt.
Een gevolg van een dergelijk minimaal uitvoeringsniveau is dat veel locaties dan niet of niet tijdig bezocht worden en daardoor na verloop van tijd niet over de juiste melding/vergunning voor uitvoering van hun activiteiten beschikken. Grote risico’s blijven buiten beeld als activiteiten niet bekend zijn omdat er onterecht geen melding of vergunningaanvraag is ingediend. Controles zijn belangrijke momenten om te constateren dat de melding/vergunning niet meer actueel is.
Daarnaast is (de dreiging van) een controle en eventueel daaropvolgende sanctie een belangrijke drijfveer om de melding/vergunning situatie op orde te hebben. Een actueel locatiebestand draagt bij aan het verlagen van de milieudruk en verbeteren van naleefgedrag. Een actuele melding/vergunning is ook beter te controleren en handhaven. En met een actuele melding/vergunning kunnen de gemeentelijke en provinciale beleidsambities (bijv. energiebesparing en reductie van afvalstoffen) beter worden gerealiseerd.
Door een laag toezichtniveau op locaties waar milieubelastende activiteiten plaatsvinden, wordt de kans op en het effect van onomkeerbare situaties groter. Er ontstaat langer hinder voor de omgeving, onveilige situaties voor omwonenden, verontreiniging van lucht, water en bodem met gevolgen voor gezondheid en aantasting van natuurwaarden. Door beperkt toezicht is er tevens geen gelijk speelveld tussen bedrijven, is de kans op bezwaar- en beroepsprocedures bij nieuwe aanvragen groter doordat overlastsituaties lang duren én wordt minder actief gestuurd op het realiseren van beleidsambities ten aanzien van bijvoorbeeld energiebesparing, inzet van duurzame energie en reductie van afvalstoffen.
OD Drenthe werkt sinds 2020 met een model voor risicogericht toezicht (RGT) voor het inplannen (selecteren) van de reguliere controles op locaties met milieuactiviteiten. Het doel van het model is om de risico’s op onomkeerbare situaties te beperken tot het minimum. De risico-inschatting is gebaseerd op SBI-niveau7 Het bestand met locaties met een vergunning-, melding- of informatieplicht wordt de komende jaren aangevuld met de milieubelastende activiteiten op de betreffende locaties. Daardoor kan veel specifieker worden bepaald welke activiteiten waar plaatsvinden. Zodra dit bestand voldoende kwaliteit heeft, kunnen ook risico’s op activiteitniveau worden bepaald. Tot die tijd wordt uitgegaan van risico’s op SBI-niveau.. Om te komen tot een risico-inschatting is een beoordelingsmodel opgesteld: de Drentse risicomatrix. In deze matrix worden de risico’s per SBI-codes gescoord, waarbij geen onderscheid wordt gemaakt in locaties met een vergunning, melding of meldingsvrije locaties. De score vindt plaats op basis van statische en dynamische variabelen.
Statische variabelen: op basis van een inschatting van medewerkers van OD Drenthe, gemeenten en provincie zijn de risico’s ingeschat ten aanzien van:
Milieueffecten; voor 8 milieuthema’s is per SBI-code beoordeeld hoe groot de milieueffecten kunnen zijn bij niet naleving van de regels. Daarnaast is per SBI-code bepaald wat de kans is dat niet naleving plaatsvindt.
Ondermijning; per SBI-code is een inschatting gemaakt van het effect van ondermijning en de kans op het ontstaan van ondermijning.
Maatschappelijk en bestuurlijke impact: voor ieder van de SBI-codes is de mate van bestuurlijke en/of maatschappelijke impact bepaald én de kans op het ontstaan van een dergelijke impact.
Op basis van deze statische variabelen is de top 10 van meest risicovolle SBI-codes (meting 2024):
Composteerbedrijven
Glasbewerkingsbedrijven
Glasfabrieken
Kleur- en verfstoffenfabrieken
Anorganische chemische grondstoffenfabrieken
Afvalverwerkingsbedrijven
Vuilstortplaatsen
Autosloperijen
Overige groothandel in afval en schroot
Tapijt-, kokos- en vloermattenfabrieken
Figuur 4. Top 10 van meest risicovolle SBI-codes op basis van statische variabelen (meting 2024), score tussen 1 (laag risico) en 5 (hoog risico).
OD Drenthe hanteert onverkort de Landelijke Handhavingstrategie Omgevingsrecht (LHSO). Bij iedere overtreding wordt een LHSO-score geregistreerd. Deze bestaat conform de interventiematrix uit twee waarden. Zie hiervoor ook de sanctiestrategie in bijlage 1.
Het gedrag van de overtreder, uitgedrukt in A (goedwillend), B (neutraal/onverschillig), C (calculerend/opportunistisch) tot D (notoir/crimineel).
De zwaarte van de overtreding, uitgedrukt in 1 (vrijwel nihil) tot en met 4 (aanzienlijk en/of onomkeerbaar).
Bij de controles die in 2023 werden uitgevoerd bij locaties met milieuactiviteiten in de 10 SBI-codes die het hoogst scoren op de statische variabelen (milieueffecten, ondermijning en maatschappelijk/bestuurlijke impact) was de overtreder in 21% van de gevallen calculerend (C) of bewust en structureel/crimineel (D)8 Het betrof in 2023 in totaal 64 controles bij de branches in de Top 10 van meest risicovolle SBI-codes op basis van de statische variabelen. Bij 33 van deze controles werden 1 of meerdere overtredingen geconstateerd. Van deze 33 werd bij 7 controles het gedrag beoordeeld als D. (Bewust en structureel / crimineel) of C. (Calculerend). Het betreft dus 21% van de controles met overtredingen. . Juist bij deze locaties met milieuactiviteiten is de impact bestuurlijk en op milieu en veiligheid het grootst. Bij bedrijven met deze SBI-codes verwachten we, mede door inzet van OD Drenthe, een verbetering van het gedrag.
Dynamische variabele: op basis van data uit Digitalechecklisten.nl en het zaaksysteem van OD Drenthe wordt jaarlijks per SBI-code een naleefscore berekend9 Deze score wordt bepaald door het aantal (vooraankondigingen van) last onder dwangsom, hercontroles en milieuklachten per SBI-code. Daarbij krijgt iedere vooraankondiging/dwangsom 5 punten, iedere hercontrole 2 punten en iedere milieuklacht 0,5 punt. Per SBI-code worden deze punten bij elkaar opgeteld en gedeeld door het totaal aantal zaken bij bedrijven met deze SBI-code. Deze score is vervolgens geschaald (op basis van de hoogste en laagste waardes) op een getal van 1 (goed naleefgedrag) tot 5 (slecht naleefgedrag).. De top 10 van slechtste nalevers in 2024 is opgenomen in figuur 5 in bijlage 2.
Het gewogen gemiddelde van de dynamische variabele (naleefscore) en de statische variabelen bepaalt het risico van ieder van de SBI-codes. Doordat jaarlijks de naleefscore opnieuw berekend wordt, wijzigt per jaar de samenstelling van SBI-codes met de slechtste naleefscore.