Het college kan, naast de in 4:25 Awb en 4:35 Awb genoemde gronden, de subsidie weigeren:
Als geen van de in de aanvraag genoemde werkzaamheden en voorzieningen voldoen aan de voorwaarden, zoals genoemd onder artikel 6;
Als met de werkzaamheden aan het monument is begonnen, voordat over de aanvraag voor subsidie is beslist;
Als een omgevingsvergunning verplicht is voor de betreffen de werkzaamheden en met deze werkzaamheden is begonnen zonder dat de eigenaar beschikt over een rechtsgeldige omgevingsvergunning;
Als de kosten van de voorzieningen geheel door een verzekering worden gedekt;
Als de aanvraag betrekking heeft op werkzaamheden of voorzieningen voor het opheffen of herstellen van gebreken die zijn ontstaan, omdat geen gevolg is gegeven aan de onderhoudsplicht van artikel 13 van de Erfgoedverordening Midden-Delfland 2024.
Als de het subsidieplafond, van het kalenderjaar waarin de aanvraag om subsidie is ontvangen, is bereikt.
Hoofdstuk 4
Artikel 14
Weigeringsgronden
Onderdeel van Subsidieverordening gemeentelijke monumenten Midden-Delfland 2026