Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 20

Reikwijdte

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2007

De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk wordt geweigerd indien:a. de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoeop grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning tengevolge van ziekte ofgebrek geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig was;b. de aanvrager niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbaremeest geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend door hetcollege;c. deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders danautomatische deuropeners, hellingbanen en extra trapleuningen;d. de woonvoorziening aangevraagd wordt op een moment dat op basis van leeftijd,gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat deze voorziening noodzakelijk zou zijn ener geen sprake is van een onverwacht optredende noodzaak;e. De aanvrager voor het eerst zelfstandig gaat wonen, verhuisd is vanuit of naar een woonruimedie niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden, verhuisd is naar een AWBZinstellingof een andere instelling gericht op het verstrekken van zorg, of in de verlatenwoonruimte geen problemen met het normale gebruik van de woning ondervond.

Rechtspraak bij dit artikel