Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2

Artikel 25a

Het stellen van mondelinge vragen

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2002

1. Mondelinge vragen kunnen worden gesteld aan de voorzitter en aan de (eventueel) aanwezige portefeuillehouder(s) over (voor wat deze laatste(n) betreft) zaken, die zijn/hun portefeuille aangaan en die geen betrekking hebben op een onderwerp, dat voor diezelfde vergadering onderwerp van bespreking is geweest. 2. Mondelinge vragen, die onderwerpen betreffen die ter behandeling op de agenda voor dezelfde vergadering hebben gestaan en die om welke reden niet konden worden beantwoord, worden, indien de meerderheid van de commissie daartoe besluit, opgenomen op een door de commissiegriffiers op te stellen lijst, welke door tussenkomst van de raadsgriffier aan de gemeentesecretaris ter hand wordt gesteld, teneinde te bevorderen dat de desbetreffende vragen zo spoedig mogelijk doch in ieder geval voor de volgende commissievergadering worden beantwoord; indien dit onmogelijk blijkt, wordt de commissie daarvan met redenen omkleed schriftelijk mededeling gedaan, waarbij tevens wordt aangegeven binnen welke termijn wel tot beantwoording zal worden gekomen. 3. Mondelinge vragen, die geen beantwoording behoeven van burgemeester en wethouders, worden op een actielijst geplaatst, welke lijst uitsluitend voor (eigen) gebruik door de commissies is bedoeld.

Rechtspraak bij dit artikel