**1..** In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
Belanghebbende: de inwoner die bijzondere bijstand aanvraagt;
Bijstand om niet: bijstand die in principe niet terugbetaald hoeft te worden;
Bijstandsnorm/ bijstandsgrens: de bijstandsnorm zoals genoemd in paragraaf 3.2 van de Participatiewet. Er wordt altijd gekeken naar de toepasselijke bijstandsnorm;
Bijzondere kosten: de uit de bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan, als bedoeld in artikel 35 van de Participatiewet;
College: college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Stede Broec;
Draagkracht: draagkracht is dat deel van het inkomen en vermogen boven de gestelde grenzen. Met de draagkracht dient de inwoner (deels) zelf in de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd te voorzien;
Draagkrachtperiode: de periode waarover de draagkracht is vastgesteld. Dit betreft in principe een periode van 12 maanden vanaf de eerste van de maand waarin de aanvraag om bijzondere bijstand is ingediend;
Duurzame gebruiksgoederen: Goederen die niet snel slijten en een levensduur hebben van meerdere jaren, bijvoorbeeld een koelkast of een wasmachine;
Eerstegraads familielid: Een eerstegraads familielid is een directe bloedverwant of partner. Dit omvat ouders, kinderen, en partners (echtgenoot/echtgenote, geregistreerd partner of samenwonende partner). Ook schoonouders, schoonzonen en schoondochters vallen onder de eerstegraads familieleden, evenals adoptie- en stiefouders en –kinderen;
Gezin: het gezin zoals bedoeld in artikel 4 lid c Participatiewet;
Inburgeraar: De inwoner afkomstig uit het buitenland die moet inburgeren op grond van de Wet Inburgering 2021.
Incidentele bijzondere bijstand: Bijzondere bijstand voor kosten die eenmalig voorkomen en niet structureel zijn.
Inkomensgrens: 110% van de bijstandsnorm.
Inwoner: de persoon die ingeschreven staat zijnde woonadres in de gemeente dan wel het hoofdverblijf heeft in de gemeente;
Jaardraagkracht: de draagkracht per maand omgerekend naar jaar (12 maanden).
Leenbijstand: Bijstand wordt verstrekt in de vorm van een renteloze lening waar een terugbetalingsverplichting aan vast zit;
Nabestaanden: eerstegraads familieleden.
Nibud prijzengids: de door het Nibud uitgegeven prijzengids met richtbedragen voor bijzondere bijstand;
Peildatum: de aanvraagdatum of de dag waarop het recht ingaat;
Periodieke bijzondere bijstand: bijzondere bijstand voor kosten die maandelijks terugkomen. Bijvoorbeeld de kosten van bewindvoering;
Student: de persoon die onderwijs volgt waarvoor hij op enig moment tijdens dat onderwijs in aanmerking kan komen voor studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of de persoon die een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs in de beroepsbegeleidende leerweg volgt;
Vergunninghouder: de asielzoekers die een verblijfsvergunning heeft gekregen en daardoor officieel erkend is als iemand die in Nederland mag blijven. Vergunninghouders worden ook wel statushouders genoemd;
Vermogensgrens: de vermogensgrens zoals bedoeld in artikel 34 lid 3 Participatiewet.
VTLB: vrij te laten bedrag volgens de ReCoFa rekenmethode;
WerkSaam: de Gemeenschappelijke Regeling WerkSaam Westfriesland;
Woonlasten: de kosten van huur of hypotheek, energie, gas, water en gemeentebelastingen.
**2..** De begrippen die in deze beleidsregel worden gebruikt en niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Stede Broec 2026