Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Verordening uitkering gewezen raadsleden

1. Zo spoedig mogelijk na het overlijden van een lid van de gemeenteraad wordt aan de nabestaanden ten laste van de gemeente, een bedrag uitgekeerd gelijk aan de vaste vergoeding voor werkzaamheden als bedoeld in artikel 95 van de Gemeentewet over een periode van drie maanden. De daarbij genoemde vergoeding in de kosten is daaronder niet begrepen. 2. Voor de toepassing van dit artikel worden onder nabestaanden verstaan:a. de man of de vrouw waarmee het lid van de raad op de dag van overlijden was gehuwd;b. de levenspartner waarmee het niet gehuwde lid van de raad op de datum van overlijden samenwoonde en -met het oogmerk duurzaam samen te leven- een gemeenschappelijke huishouding voerde op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract, bevattende de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van de samenwoning en de gemeenschappelijke huishouding;c. de verwanten in de eerste of tweede graad waarmee het lid van de raad op de datum van overlijden samenwoonde en waarmee hij of zij kennelijk een gezamenlijke huishouding voerde, een en ander voor zover het hiervoor onder a. of b. vermelde niet van toepassing is. 3. Het in dit artikel vermelde is niet van toepassing op de nabestaanden van het raadslid dat onmiddellijk voorafgaande aan de dag van overlijden tevens als wethouder fungeerde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel