Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2. › Paragraaf 2.1.

Artikel 2.

Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte

Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Harderwijk 2026

1.. Woonruimte in bezit van een verhuurder waarvan de huurprijs ten hoogste de maximale lagehuurgrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag is, mag alleen voor bewoning in gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend. 2.. Het eerste lid is niet van toepassing op: woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder a tot en met c, van de Leegstandwet; woonwagens en standplaatsen1 Voor het betrekken van een woonwagenstandplaats geldt wel een vergunningsplicht. Deze is geregeld in hoofdstuk 7 van deze verordening.; onzelfstandige woonruimte; studentenwoonruimte; woonruimte in een complex voor een woongemeenschap; tussenvoorziening voor de huisvesting van een statushouder ingevolge de in artikel 28 van de wet bedoelde taakstelling; woonruimte die deel uitmaakt van monument als bedoeld in de Erfgoedwet; woonruimten in eigendom van verhuurders, die via intermediaire verhuur verhuurd worden aan een zorginstelling, die door die zorginstelling aan derden in gebruik worden gegeven met een contract dat onlosmakelijk verbonden is aan een zorgcontract van deze zorginstelling; woonruimten in eigendom van verhuurders, die door die zorginstelling aan derden in gebruik worden gegeven met een contract dat onlosmakelijk verbonden is aan een zorgcontract van deze zorginstelling. 3.. Alle nieuw te bouwen voor verkoop bestemde woonruimte met een koopprijs van ten hoogste de koopprijsgrens (€269.000) mogen alleen voor bewoning in gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel