Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 7.

Artikel 43.

Aanvullende definities

Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Harderwijk 2026

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: Afstammingsbeginsel: het beginsel dat inhoudt dat de standplaatszoekende, diens ouders dan wel grootouders in een woonwagen wonen of hebben gewoond, waarbij sprake moet zijn van een generatie op generatie doorlopende en intensieve beleving van de woonwagencultuur, wat kan worden vastgesteld doordat de inschrijver een uittreksel uit de Basisregistratie Personen aanlevert en de adresgegevens van hemzelf, diens ouders of grootouders op het inschrijfformulier vermeld staan. Bepalend is het woonadres zoals opgenomen in het BRP en de feitelijke bewoning; Eerstegraads familieverband: de partner (met wie de standplaatszoekende samenwoont en die staat ingeschreven op hetzelfde adres in Nederland), ouders (ook adoptie- en stiefouders), schoonouders, kinderen (ook adoptie- en stiefkinderen), en schoondochters en -zonen van de standplaatszoekende; Harderwijker verhuurders: de toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet die feitelijk werkzaam zijn in de gemeente Harderwijk; Hoofdbewoner: de persoon die binnen het standplaatszoekende dan wel het standplaatsinnemende huishouden de (hoofd)huurder is; Huurovereenkomst: de overeenkomst tussen de huurder en de verhuurder van de standplaats (en eventuele huurwoonwagen), waarin de huurbepalingen zijn geregeld; Mantelzorg: Intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt; Gereserveerde mantelzorg: mantelzorg, anders bedoeld dan hetgeen hierboven staat beschreven, geboden door de ouder of het (klein)kind van de direct of in de toekomst hulpbehoevende bewoner, ten behoeve van de zelfredzaamheid, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten overstijgt. De huurder van een standplaats waarop een eigen woonwagen is geplaatst, kan een(klein)kind of ouder aanwijzen die als mantelzorger fungeert. Deze verklaring dient bij de verhuurder geregistreerd te zijn. Regio: de voor volkshuisvesting samenwerkende gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek en Putten; Spijtoptant: een standplaatszoekende die in het verleden vanuit een woonwagen is verhuisd naar een reguliere woning, maar graag opnieuw een woonwagen wenst te betrekken en voldoet aan het afstammingsbeginsel; Standplaats: een kavel die is bestemd voor het plaatsen van een woonwagen waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, van andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten, zoals omschreven in artikel 1, eerste lid, onder de definitie van woongelegenheid onder c van de Woningwet; Standplaatszoekende: huishouden dat in het digitale huurportaal hurennoordveluwe.nl is ingeschreven als woningzoekende; Tweedegraads familieverband: de broers, zussen, kleinkinderen, opa's, oma's, schoonzussen, zwagers, stiefzussen, en stiefbroers van de standplaatszoekende; Woonadres: het adres zoals opgenomen in het BRP waar betrokkene woont, waaronder begrepen het adres van een woning die zich in een voertuig of vaartuig bevindt, indien het voertuig (bijvoorbeeld een woonwagen) of vaartuig een vaste stand- of ligplaats heeft; het adres zoals opgenomen in het BRP waar, bij het ontbreken van een adres als bedoeld onder 1, betrokkene naar redelijke verwachting gedurende drie maanden ten minste twee derde van de tijd zal overnachten; Woonwagen: een wooneenheid die is geplaatst op een standplaats en in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst, zoals omschreven in artikel 1, eerste lid, onder de definitie van woongelegenheid onder b van de Woningwet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel