Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 2.

Artikel 10.

Onderscheid formele en informele hulp

Onderdeel van Verordening jeugdhulp Land van Cuijk 2026

1.. Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e, 2e, 3e of 4e graad van de budgethouder: personen die werkzaam zijn bij een organisatie die ten aanzien van de voor het PGB uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (zoals bedoeld in artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het PGB uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (zoals bedoeld in artikel 5 Handelsregister 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. 2.. Formele hulp uitgevoerd door personen zoals benoemd in artikel 9.1.a en 9.1.b, dienen altijd ingeschreven te staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-register) en/of artikel 5.2.1. van het Besluit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp (Stichting Kwaliteitsregister Jeugd). 3.. Indien de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de 1e, 2e, 3e of 4e graad van de budgethouder, is er altijd sprake van informele hulp. 4.. Indien de jeugdhulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in lid 1 onder a of b en lid 2 is er sprake van informele hulp.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel