**1.** Het is verboden binnen het toepassingsgebied van de verordening buiten de havens als in artikel 1 bedoeld met een vaartuig langer dan drie achtereenvolgende dagen gedurende de gehele of een gedeelte daarvan op dezelfde plaats ligplaats te houden of, indien het vaartuig is verhaald, binnen twee dagen wederom dezelfde ligplaats in te nemen.Voor de toepassing van dit verbod wordt onder dag verstaan de tijd tussen 00.00 uur en 24.00 uur. Indien het vaartuig wordt verhaald naar een plaats, gelegen binnen een afstand van 500 meter hemelsbreed gemeten van een eerder ingenomen ligplaats, wordt het vaartuig geacht op dezelfde plaats te zijn blijven liggen.
**2.** Burgemeester en wethouders kunnen gedeelten van wateren aanwijzen, waarin de in lid 1 vervatte verboden niet gelden ten aanzien van roei- of visboten en andere soortgelijke kleine vaartuigen.