Burgemeester en wethouders kunnen op schriftelijk verzoek aan huurders, wier woningen moeten worden afgebroken ten behoeve van de uitvoering van een gemeentelijk openbaar werk of een stedebouwkundige maatregel, onder de voorwaarden in deze verordening genoemd, een financiële tegemoetkoming verlenen in de kosten van verhuizing, wederinrichting en huur van de te betrekken woning.