Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 3

Vaststelling van draagkracht

Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere bijstand Gouda 2026

1.. Behalve in de hieronder genoemde gevallen, stelt het college de draagkracht vast met inachtneming van de middelen als bedoeld in paragraaf 3.4 van de wet. 2.. Bij een draagkracht uit inkomen van minder dan € 35,00 per jaar wordt geen draagkracht in mindering gebracht. 3.. De individuele inkomenstoeslag, alsmede de studietoeslag worden bij de vaststelling van de draagkracht niet in aanmerking genomen. 4.. De draagkracht wordt gevormd door een percentage van het inkomen boven de 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm exclusief vakantietoeslag. 5.. De draagkracht als bedoeld in het vorige lid bedraagt: 0% van het inkomen tussen 100% en 110%; 30% van het inkomen tussen 110% en 130%; 100% van het inkomen van 130% en meer. 6.. In afwijking van het vijfde lid, wordt de draagkracht vastgesteld op nihil in geval één of meer van de volgende situaties van toepassing is: Wet schuldsanering natuurlijke personen; een minnelijke regeling volgens de gemeentelijke schuldhulpverlening, blijkend uit een vastgestelde betalingsregeling of ondertekende schuldregelovereenkomst.

Rechtspraak bij dit artikel