**1..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene
die het voertuig heeft geparkeerd.
**2..** Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:
degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of
heeft gegeven de belasting te willen vol doen;
zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2,
onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het
motorvoertuig, met dien verstande dat:
1. indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane
huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde
van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het
voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt
als degene die het voertuig heeft geparkeerd;
2. Indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had
moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene
die het voertuig heeft geparkeerd.
**3..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a wordt niet geheven van
degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b als degene die het
voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk
maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het
voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs
niet heeft kunnen voorkomen.
**4..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b wordt geheven van degene
die de vergunning heeft aangevraagd.
Artikel 3
Belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 1998