**1..** Een cliënt kan in aanmerking komen voor een scootmobiel als sprake is van een uiterst beperkte mobiliteit en verplaatsing op geen andere manier mogelijk is.
**2..** De cliënt heeft een loopbeperking van langdurige aard en het gebruik van gebruikelijke loophulpmiddelen is niet mogelijk om in de vervoersbehoefte te voorzien.
**3..** Om een scootmobiel te kunnen bedienen is het noodzakelijk dat de cliënt voldoende arm- en handfunctie en rompbalans heeft. Verder moet de cliënt veilig en zelfstandig aan het verkeer kunnen deelnemen met zijn scootmobiel.
**4..** Een scootmobiel wordt alleen verstrekt als een adequate stalling aanwezig is of gerealiseerd wordt.
**5..** Aan de hand van een programma van eisen wordt bepaald welke scootmobiel noodzakelijk is.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.10
Scootmobiel
Onderdeel van Nadere regels Maatschappelijke ondersteuning gemeente Doetinchem 2026