Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 6.1

Beëindiging of verlenging jeugdhulp

Onderdeel van Nadere regels Jeugdhulp gemeente Doetinchem 2026

1.. De jeugdige en/of ouder dan wel wettelijk vertegenwoordiger neemt acht weken voor de beoogde beëindiging van de hulp (telefonisch) contact op met de jeugd- en gezinswerker en met de aanbieder om te bespreken of verlenging van de ingezette hulp nodig is. Dit geldt ook als verlenging van jeugdhulp na meerderjarigheid noodzakelijk is. Als de cliënt zich minder dan acht weken voor afloop van de indicatieduur meldt, kan het zijn dat de nieuwe indicatie niet direct aansluit op de oude. 2.. De jeugd- en gezinswerker zal in overleg met de jeugdige en/of ouder dan wel wettelijk vertegenwoordiger, aanbieder en eventuele andere betrokkenen een besluit nemen met betrekking tot de noodzaak tot verlenging van de hulp. Als de hulp voortgezet moet worden, zal een nieuwe beschikking aan de ouder dan wel wettelijk vertegenwoordiger en/of jeugdige en een nieuwe opdrachtbevestiging aan de aanbieder verzonden worden. Het niet bereiken van de samen met de cliënt opgestelde resultaten en termijnen kan een reden zijn om het besluit tot toekenning van jeugdhulp te beëindigen dan wel niet te verlengen. 3.. Bij beëindiging of vermindering van de indicatie wordt indien nodig een redelijke overgangstermijn in acht genomen. Ditzelfde geldt als de indicatie wordt aangepast van pgb naar zorg in natura. Een overgangstermijn bedraagt maximaal zes maanden. Voor het bepalen van een overgangstermijn en de eventuele duur van die overgangstermijn wordt per individueel geval meegewogen of de wijziging op verzoek van de cliënt plaatsvindt, of de voorziening nog gebruikt wordt en in welke mate de cliënt afhankelijk is van de voorziening.

Rechtspraak bij dit artikel