Naar hoofdinhoud
1.. De regeling wordt gewijzigd, indien de colleges van twee derde van de deelnemende gemeenten daartoe eensluidend besluiten. 2.. Voorstellen tot wijziging van de regeling kunnen worden gedaan door het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur of één of meer van de deelnemers. 3.. Voorstellen uitgaande van het bestuur worden toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten, die acht weken na ontvangst van het ontwerp van de regeling, hun zienswijze over de ontwerpregeling naar voren brengen. 4.. Voorstellen uitgaande van één of meer deelnemende gemeenten worden toegezonden aan het algemeen bestuur, dat het voorstel met zijn beschouwingen ter zake binnen acht weken aan de raden van de deelnemende gemeenten doet toekomen, waarna deze deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur verder handelen conform het bepaalde in het vorige lid van dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel