De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verrichten een bevel geven zich gedurende ten hoogste 12 weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
Het in het eerste lid gestelde is niet van toepassing op personen, die zich in de aangewezen delen van de gemeente bevinden in een middel van openbaar vervoer.
Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester gegeven bevel als bedoeld in het eerste lid.
De burgemeester beperkt het in het eerste lid gestelde bevel, als de burgemeester dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 15.
Artikel 2:77a Gebiedsontzegging