a. In deze verordening wordt verstaan onder:afstand van de gronden aan
de gemeente: eigendomsoverdracht van gronden aan de gemeente.exploitant:
de eigenaar, erfpachter of rechthebbende wiens in het exploitatiegebied
gelegen onroerende zaak in exploitatie wordt gebracht;exploitatiegebied:
het als zodanig door de gemeenteraad aangewezen gebied, dat gebaat wordt
door de te treffen voorzieningen van openbaar nut;
exploitatie-overeenkomst: de overeenkomst, onder welke naam dan ook
gesloten, waarin de gemeente met de exploitant de voorwaarden
overeenkomt waaronder zij onroerende zaken in het exploitatiegebied in
exploitatie brengt of daaraan medewerking verleent;(medewerking verlenen
aan) in exploitatie brengen: het (medewerking verlenen aan het) treffen
van voorzieningen van openbaar nut waardoor onroerende zaken die in het
exploitatiegebied liggen gebaat worden, dat wil zeggen geschikt of beter
geschikt voor bebouwing worden, dan wel anderszins in een voordeliger
positie komen te verkeren;(treffen van) voorzieningen van openbaar nut:
(het verrichten van) onder andere de in lid 2 vermelde werken en
werkzaamheden binnen een exploitatiegebied, alsmede het verrichten
daarvan buiten het exploitatiegebied voor zover deze werken direct dan
wel indirect profijt opleveren voor de binnen het exploitatiegebied
liggende onroerende zaken.
b. De volgende werken worden tenminste beschouwd als voorzieningen van
openbaar nut inde zin van deze verordening:het dempen van sloten en
verrichten van grondwerk met inbegrip van het egaliseren, ophogen en
afgraven van percelen;de aanleg, vernieuwing en wijziging van riolering,
met inbegrip van het realiseren van de daarbij behorende werken, alsmede
waterhuishoudkundige werken zoals drainage;het realiseren van alle weg-
en waterbouwkundige werken, waaronder wegen, parkeervoorzieningen,
pleinen, trottoirs, voet- en rijwielpaden, straatmeubilair, alsmede
waterpartijen, watergangen, drainages, bruggen, tunnels, viaducten en
alle andere rechtstreeks met de aanleg daarvan verband houdende werken;
de aanleg van plantsoenen en andere groenvoorzienigen, waaronder
begrepen de aanleg en inrichting van openbare speelplaatsen en
speelweiden alsmede de sierende elementen welke rechtstreeks
voortvloeien uit een juiste uitvoering van een verzorgd
bestemmingsplan;de plaatsing van openbare verlichting, verkeers- en
andere borden, verkeersregelinstallaties en brandkranen met de nodige
aansluitingen; het verrichten van bodemonderzoek en -sanering van de
ondergrond van openbare voorzieningen, voor zover die niet op andere
wijze verhaald of gesubsidieerd kunnen worden;het treffen van
milieutechnisch en ecologisch noodzakelijke maatregelen en voorzieningen
ter uitvoering van een bestemmingsplan, waaronder geluidsvoorzieningen
en noodzakelijke verplaatsing van milieuhinderlijke bedrijven buiten het
exploitatiegebied;de verwerving van de ondergrond van openbare
voorzieningen;het slopen van opstallen op, in of boven de ondergrond van
voorzieningen vanopenbaar nut;alle overige werkzaamheden die
noodzakelijk zijn voor een doeltreffende aanleg van voorzieningen van
openbaar nut.c. Voorzieningen van openbaar nut worden door de gemeente
aangelegd, tenzij de aanleg behoort tot de taken van een ander
overheidslichaam, of de gemeenteraad uitdrukkelijk heeft ingestemd met
gehele of gedeeltelijke aanleg door de exploitant. De gemeenteraad neemt
geen besluit om aanleg door de exploitant toe te staan dan nadat
gebleken is, dat een kwalitatief goede uitvoering zowel feitelijk als
financieel is gewaarborgd, daartoe voldoende garantie is gesteld en ook
overigens geen zwaarwegende of beleidsmatige belemmeringen voor een
zodanige werkwijze bestaan.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Algemene begripsbepalingen
Onderdeel van Exploitatieverordening Terschelling 2000