a. De exploitant betaalt als bijdrage in de kosten, verband houdende met
het verlenen vanmedewerking aan het in exploitatie brengen van gronden,
het bedrag dat volgens de in hetbekostigingsbesluit uitgewerkte wijze,
rekening houdend met een eventuele periodiekebijstelling, aan zijn
onroerende zaak wordt toegerekend, vermeerderd met de kosten op
deafstand van de gronden bestemd voor de aanleg en/of aanpassing van
voorzieningen vanopenbaar nut vallende en de kosten van kadastrale
uitmeting, en verminderd met deinbrengwaarde van de bij de exploitant in
eigendom zijnde en voor exploitatie bedoeldegronden en van de gronden
die zijn bestemd voor het treffen van voorzieningen van open-baar nut en
door exploitant aan de gemeente worden afgestaan.b. De waarde van de in
het eerste lid bedoelde grond die door de exploitant is ingebracht,wordt
door de gemeente en de exploitant gezamenlijk door middel van taxatie
vastgesteld.Indien hierover geen overeenstemming kan worden bereikt,
wordt deze waarde vastgestelddoor een commissie van drie deskundigen,
van wie één aan te wijzen door de gemeente,één door de exploitant en een
derde door de beide reeds aangewezen deskundigen of,indien zij het
daarover niet eens kunnen worden, door de ter zake bevoegde
kantonrechter.c. Indien de exploitant zelf conform artikel 6, lid c sub
5 voorzieningen van openbaar nutaanlegt, bestaat de exploitatiebijdrage
uit de bijdrage, zoals deze op grond van het eerstelid van dit artikel
wordt bepaald, verminderd met de kosten van de door exploitant uit
tevoeren werkzaamheden, voor zover deze kosten corresponderen met de
begroting vankosten zoals bedoeld in artikel 3, lid b, sub 6.
Hoofdstuk 2
Artikel 5
Vaststelling exploitatiebijdrage
Onderdeel van Exploitatieverordening Terschelling 2000