De medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden behoeft onder
meer niet te worden verleend indien:a. de in exploitatie te brengen
grond is gelegen in een gebied waarvoor geenbestemmingsplan geldt;b. de
door de exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden of de daartoe
benodigdevoorzieningen van openbaar nut zouden leiden tot strijd met het
bestemmingsplan, deWoningwet of strijd met andere wet- of regelgeving;c.
het treffen van de voorzieningen, hoewel overeenkomstig een
bestemmingsplan,anderszins zou leiden tot strijd met belangen van een
doeltreffende uitbreiding vanbebouwing of herinrichting;d. het in
bouwexploitatie brengen van grond anderszins zou leiden tot ten laste
van degemeente blijvende kosten van voorzieningen van openbaar nut of
tot bezwaren ten aanzien van het doeltreffend voorzien in
watervoorziening, openbare verlichting, riolering en andere
voorzieningen van openbaar nut;e. de exploitant niet bereid of in staat
is om sluitende waarborgen te stellen voor tijdige enkwalitatief goede
uitvoering cq. nakoming van zijn feitelijke en de financiële
verplichtingen;f. exploitant geen afstand wil doen van gronden ten
behoeve van aanleg van voorzieningenvan openbaar nut;g. exploitant de
ondergrond van voorzieningen van openbaar nut niet wil onderzoeken op
deaanwezigheid van bodemverontreiniging dan wei de bodem niet wil
saneren wanneer datnoodzakelijk is;h. de exploitant niet bereid is de
voorzieningen van openbaar nut door de gemeente te latenaanleggen.
Hoofdstuk 3
Artikel 8
Weigeringsgronden voor een exploitatie-overeenkomst
Onderdeel van Exploitatieverordening Terschelling 2000