Het college verleent toestemming voor parttime ondernemerschap aan een ondernemer die:
Inkomsten genereert door zelfstandige, productieve activiteiten te verrichten die voor eigen rekening en risico worden uitgevoerd;
Voldoet aan de voorwaarden en verplichtingen in deze beleidsregels;
Niet kan worden aangemerkt als een marginale ondernemer zoals bedoeld in artikel 29.
Voor de activiteiten genoemd in het eerste lid geldt dat:
Niet meer dan 1.225 uren per kalenderjaar besteedt aan het zelfstandig bedrijf of beroep, als bedoeld in artikel 3.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001;
Zij zelfstandig worden uitgevoerd zonder personeel;
Voor de te leveren diensten of producten marktconforme prijzen worden gehanteerd;
Belanghebbende de benodigde vergunningen en ontheffingen heeft om de activiteiten te kunnen verrichten en zijn verplichtingen naar de Belastingdienst nakomt.
De (te verwachten) opbrengsten uit het bedrijf of het beroep moeten maandelijks doorgegeven worden aan het college. Daar waar mogelijk wordt bij aanvang van het jaar of tijdens het jaar een schatting dan wel nadere schatting gemaakt van een vast maandelijks bedrag aan netto inkomsten.
Netto inkomsten in een bepaalde maand die hoger zijn dan de geldende bijstandsnorm inclusief vakantiegeld, worden voor zover mogelijk in verrekening gebracht met de bijstand over resterende maanden in het lopende kalenderjaar.
Na afloop van het kalenderjaar worden bij de vaststelling van het recht op bijstand op grond van de bepaling in artikel 28, de netto inkomsten over het hele kalenderjaar in aanmerking genomen.
Hoofdstuk 10
Artikel 25
Parttime ondernemers
Onderdeel van Beleidsregels re-integratie Participatiewet Het Hogeland 2025