Naar hoofdinhoud
1.. Provinciale Staten stellen de begroting vast, met daarin: de baten en lasten per programma; de investeringskredieten per programma; de toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen op het totaalniveau; de kosten van overhead op totaalniveau; het bedrag voor onvoorzien op totaalniveau. 2.. Provinciale Staten stellen, in aanvulling op de verplicht voorgeschreven indicatoren op grond van het BBV, per programma voor het betreffende begrotingsjaar de beoogde doelen vast, waarbij ‘wat we willen bereiken’, ‘wat we daarvoor gaan doen’ en ‘wat mag het kosten’. 3.. Investeringskredieten worden per krediet beschikbaar gesteld door het vaststellen van de jaarlijkse begroting of de begrotingswijziging. 4.. Gedeputeerde Staten dragen er bij de uitvoering van de begroting zorg voor dat de lasten van een beleidsdoel niet zodanig overschreden worden dat de realisatie van andere beleidsdoelen binnen hetzelfde programma onder druk komt te staan. 5.. Gedeputeerde Staten kunnen binnen een programma schuiven met het budget indien dit de realisatie van de andere beleidsdoelen niet nadelig beïnvloedt, en: de wijziging maximaal 10% van de lasten per programma bedraagt; of de wijziging niet meer dan 1% van de lasten van de begroting (exclusief mutatie in de reserves) bedraagt. 6.. Gedeputeerde Staten voeren gedurende het kalenderjaar binnen een programma alleen neutrale begrotingswijzigingen door waarbij lasten en baten in evenwicht zijn. 7.. De classificatie van baten en lasten als structureel en incidenteel in de begroting en jaarstukken vindt als volgt plaats, waarbij per begrotingspost in de jaarstukken in het Overzicht incidentele baten en lasten een grensbedrag van € 500.000 wordt gehanteerd: structurele baten en lasten zijn: begrotingsposten die regulier van aard zijn en voortkomen uit normale meerjarige activiteiten (voor onbepaalde tijd); of baten en lasten die tijdelijk worden verhoogd, maar waarvan de aard van de werkzaamheden structureel is; incidentele baten en lasten zijn: begrotingsposten die naar de aard van de raming als incidenteel aan (tijdelijk) te merken zijn; begrotingsposten met een duidelijke en onvoorwaardelijke einddatum die zich maximaal 3 jaar voordoen, waarbij de scheidslijn tussen drie jaar of langer een hulpmiddel is bij het bepalen of er sprake is van incidenteel of structureel, de aard van de werkzaamheden van een begrotingspost gaat altijd boven dit hulpmiddel; lasten en baten van specifieke uitkeringen van het Rijk (SPUK-gelden), gedurende de looptijd van de regeling; of mutaties op een reserve, tenzij het gaat om onttrekkingen aan reserves die ter dekking dienen van kapitaallasten.

Rechtspraak bij dit artikel