**1..** De jaarstukken bestaan uit het jaarverslag en de jaarrekening.
**2..** De jaarstukken bevatten de integrale verantwoording van de realisatie van de programma’s, beleidsdoelen en activiteiten en de middelen die daarvoor zijn ingezet ten opzichte van de voornemens in de begroting. Hierbij wordt verantwoording afgelegd over ‘wat we wilden bereiken’, ‘wat we daarvoor hebben gedaan’ en ‘wat heeft het gekost’.
**3..** In de jaarstukken worden de verschillen geanalyseerd tussen de bijgestelde begroting en de jaarcijfers. Verschillen groter dan € 500.000 of meer dan 10% van de begroting per programma, gebaseerd op een analyse per beleidsdoel, worden afzonderlijk toegelicht. De verschillenanalyse wordt weergegeven per programma.
**4..** Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken bieden Gedeputeerde Staten Provinciale Staten het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat. Met de bestemmingsvoorstellen bij de jaarstukken worden de niet bestede delen van de structurele budgetten toegevoegd aan de algemene reserve.
**5..** Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kunnen Gedeputeerde Staten uiterlijk in december van het betreffende jaar, Provinciale Staten voorstellen doen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar.
**6..** De niet bestede incidentele budgetten van meer dan € 500.000 of 10% van de programmabegroting kunnen bij het aanbieden van de jaarstukken door middel van een bestemmingsvoorstel eenmalig worden overgeheveld naar de bestemmingsreserve om te kunnen worden ingezet voor realisatie van vastgestelde provinciale doelstellingen.
**7..** De in het vijfde lid bedoelde budgetten dienen uiterlijk in het eerste kwartaal van het volgende boekjaar uitgegeven te zijn.
**8..** Naar aanleiding van de “Wet van Wijntjes” geldt het volgende:
Gedeputeerde Staten spannen zich in om de onderbesteding van de lasten te beperken tot maximaal 2% van de totale omvang van de lasten in de begroting (exclusief dotaties aan reserves);
Gedeputeerde Staten lichten verwachte onderbestedingen van meer dan 10% van de begroting bij een programma toe bij de tussenrapportages;
onderbestedingen op structurele budgetten als gevolg van lagere lasten of hogere baten, van in totaal meer dan 2% afwijking per programma van de begroting, worden, zoals beschreven in het vierde lid, bij de vaststelling van de jaarstukken toegevoegd aan de algemene reserves;
bestemmingsreserves zonder concrete en onderbouwde bestedingsplannen worden aan het einde van elk boekjaar, bij de vaststelling van de jaarstukken toegevoegd aan de algemene reserves. In de Nota Reserves en voorzieningen wordt dit uitgewerkt.
HOOFDSTUK 2
Artikel 7