Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 17.

Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

Onderdeel van Beheersverordening Gemeentelijke Begraafplaatsen Huizen 2026

1.. Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste drie maanden voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden bekend gemaakt door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord. 2.. De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige stoffelijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met stoffelijke resten worden geconfronteerd. 3.. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige stoffelijke resten worden begraven in een algemeen verzamelgraf en in geval van asbussen of urnen wordt de as verstrooid op een van de daartoe bestemd gedeelte van de begraafplaats. 4.. De rechthebbende van een particulier graf kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de stoffelijke resten te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien. 5.. Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de stoffelijke resten, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of voor herbegraving in een particulier graf op de begraafplaats of op een begraafplaats elders. 6.. De rechthebbende van een particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de urn of asbus op te halen tot de datum dat het graf of nis wordt geruimd. 7.. Indien de dag waarop het graf geruimd mag worden de grafbedekking niet is verwijderd, is het college bevoegd tot verwijdering en vernietiging van de gedenktekens, beplantingen en andere voorwerpen over te gaan, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is. Na het vervallen van het grafrecht kunnen de rechthebbenden of belanghebbenden geen aanspraak maken op deze voorwerpen.

Rechtspraak bij dit artikel