Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 56

Onderzoek

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Assen 2026

De gemeente verschaft met de cliënt zekerheid over wat de woonplaats was van de cliënt voor het ontstaan van dakloosheid. Indien de gemeente vaststelt dat de cliënt, voor het ontstaan van dakloosheid, woonachtig was in een gemeente of regio buiten centrumgemeente Assen en hierover overeenstemming heeft met de gemeente of regio in kwestie, kan de gemeente de uitvoering van het onderzoek overlaten aan de gemeente of regio in kwestie, waarbij bij overdracht van eventuele informatie artikel 57 van toepassing is. Indien de gemeente de woonplaats van de cliënt voor het ontstaan van dakloosheid niet vaststelt of kan vaststellen, dan wel de uitvoering van het onderzoek niet wenst te laten uitvoeren door de gemeente of regio zoals bedoeld in lid 2 voert de gemeente het onderzoek uit. Dit geldt ook indien de gemeente niet tot overeenstemming komt met de in lid 2 bedoelde gemeente of regio. Indien de gemeente het onderzoek zelf uitvoert, kan zij de in lid 2 bedoelde gemeente of regio verzoeken om informatie ten behoeve van het onderzoek aan te leveren. De gemeente onderzoekt in welke gemeente of regio een traject in de maatschappelijke opvang de grootste kans van slagen heeft, dat wil zeggen het meeste kan bijdragen aan de zelfredzaamheid en participatie (en daarmee het duurzaam herstel) van de cliënt. De gemeente betrekt bij het onderzoek in elk geval de wens van de cliënt. Verder dient de gemeente ook in elk geval bij het onderzoek te betrekken: of er factoren zijn in een gemeente of regio die de kans van slagen van een traject naar verwachting vergroten, zoals een sociaal netwerk welke een positieve invloed heeft of kan hebben op de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt, en/of bestaand werk en/of dagbesteding en/of onderwijs van de cliënt en/of lopende hulpverlenings- of ondersteuningstrajecten. of er factoren zijn in een gemeente of regio die de kans van slagen van een traject naar verwachting verkleinen, zoals een sociaal netwerk welke een negatieve invloed heeft of kan hebben op de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt en/of actuele criminele activiteiten van de cliënt en/of maatregelen die opgelegd zijn aan de cliënt. Het onderzoek, zoals bedoeld in lid 3, wordt zo spoedig mogelijk, maar in elk geval binnen 2 weken uitgevoerd, tenzij er redenen zijn, buiten de invloed van de gemeente, die dit onmogelijk maken. De uitkomsten van het onderzoek worden vastgelegd in een onderzoeksverslag. Indien de gemeente, conform lid 2, de uitvoering van het onderzoek overgedragen heeft aan een bepaalde gemeente of regio, dan vergewist de gemeente zich van de uitkomsten van het onderzoek.

Rechtspraak bij dit artikel