Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 7

Aspecten rolstoelvervoer naar en van dagbesteding

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Assen 2026

Beschrijving: Het betreft cliënten die die zich uitsluitend met een rolstoel kunnen verplaatsen en die vanwege fysieke-, psychische- of sociale beperking(en) (nog) niet, op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen, in staat zijn om de locatie van de dagbesteding te bereiken om thuis te komen vanuit de locatie van de dagbesteding. Randvoorwaarden: Vervoer bij dagbesteding wordt maximaal 5 dagen per week aangeboden. Het vervoer is afgestemd op de aanvangs- en sluitingstijden van de dagbesteding. De reistijd maakt geen onderdeel uit van de dagbesteding en wordt dus niet meegerekend qua tijdsinzet. De inzet van de Wmo-vervoerspas voor vervoer van en naar de dagbesteding is niet toegestaan. Dit vervoer is bedoeld voor sociaal vervoer, niet zijnde: woon-werkverkeer, vervoer naar dagbesteding, vervoer naar vrijwilligerswerk, of vervoer in het kader van school of opleiding. De aanbieder van dagbesteding heeft de mogelijkheid om voor het vervoer afspraken te maken met vrijwilligersinitiatieven (indien dit niet door de gemeente gesubsidieerde initiatieven als bijvoorbeeld Automaatje zijn) of afspraken te maken met andere aanbieders. De aanbieder van dagbesteding heeft de opdracht bij ontwikkelperspectief van de cliënt te blijven stimuleren op het vergroten van de zelfredzaamheid en het gebruik van reguliere vervoersmiddelen (OV/Fiets). Wanneer een cliënt door middel van training/ coaching zelfstandig (fiets, lopend, scootmobiel, openbaar vervoer) van en naar de dagbestedingslocatie kan reizen, dan kan dit in plaats komen van het vervoer door de aanbieder. Betreffende training/coaching kan worden opgenomen als te behalen resultaat. Flexibel omgaan bij inzet van vervoer bij de doelgroep waarbij de zelfredzaamheid seizoengebonden is. De aanbieder mag meerdere deelnemers vervoeren per rit. Onder voorwaarde dat de reistijd voor iedere deelnemer afzonderlijk niet langer dan 60 minuten per rit bedraagt. Eisen vervoer: Het voertuig en de chauffeur(s) voldoen minimaal aan alle (lokale) wettelijke eisen die gesteld worden aan veilige en duurzame verkeersdeelname. aanbieder is verplicht om in geval van directe verwijzing (bijv. GI of medisch specialist) te toetsen of directe verwijzer de eigen kracht van cliënt en netwerk heeft getoetst ten aanzien van vervoer. Indien cliënt of diens netwerk geheel of gedeeltelijk het vervoer zelf kunnen organiseren heeft aanbieder een meldplicht bij de desbetreffende lokale gemeente. Eisen aan de chauffeurs: heeft een geldig rijbewijs is correct gekleed heeft een VOG. Eisen aan de dienstverlening. De chauffeur: houdt zich aan de geldende wetgeving ziet erop dat in het voertuig nooit wordt gerookt heeft door middel van gerichte training en opleiding kennis van de omgang met de doelgroep (zoals omgang met dementie, gedragsproblemen, visuele beperkingen, auditieve beperkingen et cetera) heeft kennis van en ervaring met het vastzetten van rolstoelen en zorgt dat deze veilig worden vastgezet zorgt ervoor dat orde en rust in het voertuig wordt gehandhaafd laat de reiziger niet onnodig (lang) alleen in het voertuig (nodig kan zijn: het ophalen van andere reiziger in een combinatierit, onnodig is bijvoorbeeld een sociaal gesprek met andere chauffeurs) zorgt voor een veilig en comfortabel vervoer van de passagiers, waaronder het gebruik van veiligheidsgordels heeft een zodanige rijstijl dat de passagiers zich veilig en comfortabel voelen helpt de reiziger in voorkomende gevallen bij het in- en uitstappen zorgt voor een veilige overdracht van de geïndiceerde reiziger op het bestemmingsadres (tenzij dit een openbaar terrein is) of op het huisadres belt nooit tijdens het rijden maar zoekt een veilige plek om het voertuig te parkeren voordat er gebeld wordt. Eisen aan de voertuigen. Aan de voertuigen waarmee wordt gereden stelt de gemeente de eis dat deze in ieder geval: een goede vering en comfortabele stoelen hebben schoon zijn van binnen en van buiten een fatsoenlijk uiterlijk hebben rookvrij zijn voorzien zijn van veiligheidsgordels die aan de wettelijke eisen voldoen en als zodanig tijdens de rit worden gebruikt voorzien zijn van fluorescerende veiligheidshesjes voor alle passagiers voorzien zijn van een goed werkende verwarming door het hele voertuig voorzien zijn van een goed werkende ventilatie door het hele voertuig voorzien zijn van een brandblusser en een EHBO-doos (volgens de geldende normen en voorzien van de juiste inhoud). De aanbieder moet, wanneer de gezondheid van een geïndiceerde reiziger dat noodzakelijk maakt, zonder meerkosten voor de gemeente, beschikken over voertuigen die geen allergische of andere lichamelijke reacties kunnen oproepen omdat daar eerder (huis)dieren in vervoerd zijn. Paragraaf Schoon en leefbaar huis Het resultaat van de ondersteuning is dat de cliënt beschikt over een schoon en leefbaar huis. Een huis is schoon en leefbaar indien het normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne-eisen. De gemeente Assen hanteert de meest recente versie van het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning van bureau HHM, gepubliceerd op de website hhm.nl, hierna te noemen HHM-Normenkader, om objectief en onafhankelijk vast te stellen wat er nodig is om een huis schoon en leefbaar te maken. Indien cliënt regie kan voeren over het eigen leven, mag van hem/haar worden verwacht dat werkzaamheden worden geprioriteerd en keuzes worden gemaakt. Indien dit ontbreekt kan hiervoor extra ondersteuning worden ingezet. Bij de beoordeling of overname van de regie noodzakelijk is, wordt ook gebruik gemaakt van het HHM-Normenkader. We onderscheiden twee categorieën van ondersteuning: categorie 1: Schoon en leefbaar huis categorie 2: Schoon en leefbaar huis met overname regie. Wasverzorging De gemeente Assen hanteert het HHM-Normenkader om objectief en onafhankelijk vast te stellen wat er nodig is aan activiteiten voor de wasverzorging. De cliënt en zijn huisgenoten moeten kunnen beschikken over gewassen, opgevouwen of opgehangen kleding en linnengoed. Van de cliënt mag in dit kader worden verwacht dat er bijvoorbeeld extra (twee- of driedubbel) beddengoed aanwezig is. Datzelfde geldt voor bijvoorbeeld voldoende handdoeken, ander linnengoed en/of kleding. Op deze manier kan de inzet van ondersteuning zo efficiënt mogelijk worden gerealiseerd. Boodschappen Hieronder wordt verstaan het opstellen van een boodschappenlijst, het doen van de boodschappen en/of het opruimen van de boodschappen. Een (online) boodschappendienst is voorliggend. Indien cliënt dit niet zelf kan regelen, dan is inzet vanuit het voorliggend veld, gebruikelijke hulp, sociaal netwerk en/of een vrijwilliger voorliggend om cliënt hierbij te helpen.

Rechtspraak bij dit artikel