Als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening voor ondersteuning en dit zelf wil inkopen door middel van een pgb, vult hij daarvoor een pgb-plan van de gemeente in. In het pgb-plan is opgenomen:
welke ondersteuning de cliënt wil inkopen met een pgb, wat het beoogde resultaat is en wanneer en hoe wordt geëvalueerd
de voorgenomen uitvoerder van de maatwerkvoorziening en de wijze waarop de ondersteuning georganiseerd wordt
op welke wijze de kwaliteit van de in te kopen ondersteuning is gewaarborgd
de kosten van de uitvoering, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief
indien van toepassing, welke ondersteuning de cliënt wil betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk.
De gemeente verstrekt een pgb als:
de cliënt de vaardigheden heeft om een pgb te beheren, zoals beschreven in de nadere regels, of
de cliënt de vaardigheden niet heeft, maar er een pgb-beheerder is die in staat is om uitvoering te geven aan de eisen die het beheer van een pgb met zich meebrengt, en
de in te kopen ondersteuning naar het oordeel van de gemeente van goede kwaliteit, veilig, doeltreffend en cliëntgericht is. De criteria hiervoor staan beschreven in het Toetsingskader Wmo en Jeugdzorg.
De gemeente verstrekt geen pgb als er twijfels zijn over de integriteit van de voorgenomen uitvoerder van de ondersteuning. Dit is in ieder geval aan de orde als de voorgenomen uitvoerder in de 4 jaar voorafgaande aan de aanvraag:
fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, heeft gepleegd
betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan die de veiligheid en de kwaliteit van de hulp in gevaar brengen
veroordeeld is wegens het plegen van strafbare feiten tot een gevangenisstraf
op basis van een Bibob-toets door de gemeente is geweigerd als zorgaanbieder.
De gemeente weigert een pgb als een wettelijke weigeringsgrond als bedoeld in artikel 2.3.6, vijfde lid, van de wet van toepassing is.
Bij een pgb voor ondersteuning maakt de gemeente onderscheid tussen
formele hulp door een instelling
formele hulp door een zzp’er
informele hulp.
Van formele hulp instellingstarief, zoals bedoeld in het 5e lid onder a, is sprake als de hulp verleend wordt door personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. Het instellingstarief is nooit van toepassing bij bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de cliënt.
Van formele hulp zzp-tarief, zoals bedoeld in het 5e lid onder b, is sprake als de hulp verleend wordt door personen die aangemerkt zijn als zzp’er (zelfstandige zonder personeel). Daarnaast moeten ze voor de uit te voeren taken en/of werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s.
Van informeel tarief, zoals bedoeld in het 5e lid onder c, is sprake als de hulp verleend wordt door:
personen, al dan niet uit het sociaal netwerk, die niet voldoen aan de criteria voor formele hulp
personen die wel voldoen aan de criteria voor formele hulp, maar bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad zijn van cliënt.
De gemeente kan nadere regels opstellen over de regels voor een pgb.
Hoofdstuk 4
Artikel 18
Pgb ondersteuning
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Assen 2026