Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 7

Onderzoek

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Assen 2026

Voor het onderzoek zoals bedoeld in artikel 2.3.2, vierde lid van de Wmo, maakt de gemeente gebruik van het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep: eerst wordt vastgesteld wat de hulpvraag is dan wordt vastgesteld welke problemen ondervonden worden bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie en/of bij het zich handhaven in de samenleving vervolgens wordt vastgesteld welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie en/of bij het zich handhaven in de samenleving ten slotte wordt onderzocht of en in hoeverre eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg, ondersteuning door andere mensen uit het sociale netwerk en voorliggende (algemene) voorzieningen de nodige hulp en ondersteuning kunnen bieden als de gemeente na het onderzoeken van deze stappen een maatwerkvoorziening moet bieden, kiest de gemeente voor de goedkoopst compenserende maatwerkvoorziening tenzij er wordt voldaan aan de voorwaarden zoals beschreven in artikel 10, tweede lid van deze verordening. de maatwerkvoorziening die noodzakelijk is, kan in natura of via een persoonsgebonden budget worden gegeven. De gemeente zorgt ervoor dat de medewerkers die betrokken zijn bij het onderzoek als bedoeld in het eerste lid beschikken over voldoende deskundigheid, ervaring en vaardigheden. Als het noodzakelijk is voor het onderzoek, kan de gemeente daarnaast externe deskundigheid inwinnen. De gemeente maakt, als dat nodig is, een afspraak voor een gesprek. Dit gesprek maakt deel uit van het onderzoek. De inwoner kan zelf iemand vragen om zich bij het onderzoek bij te staan. De gemeente verwacht dat de inwoner meewerkt aan het onderzoek. Dit heet medewerkingsverplichting. De gemeente stuurt aan de inwoner een verslag van het onderzoek. Dit heet resultatenplan. Als het een hulpvraag betreft over het zich handhaven in de samenleving die de cliënt stelt aan een regiogemeente, voert de regiogemeente het onderzoek uit en stelt vast of er een indicatie is voor beschermd wonen, begeleid kamerwonen of thuiswonen. De gemeente kan nadere regels opstellen over de invulling van dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel