De gemeente verstrekt een pgb alleen wanneer dat leidt tot aantoonbaar gelijke of effectievere jeugdhulp of ondersteuning dan met het aanbod van zorg in natura kan worden bereikt.
De gemeente beoordeelt aan de hand van het Toetsingskader Wmo en Jeugdzorg of de individuele voorziening veilig, doeltreffend en cliëntgericht wordt verstrekt.
In het Toetsingskader Wmo en Jeugdzorg staat dat de niet professionele inzet altijd in redelijke verhouding moet zijn met de professionele inzet. Hiervan is sprake als minstens 80% van de individuele voorziening geleverd wordt door een professional met een passende opleiding voor de problematiek van de jeugdige en/of zijn ouder(s). Voor de overige tijd is er altijd een professional op afroep beschikbaar.