Bij een pgb voor jeugdhulp maakt de gemeente onderscheid tussen formele hulp en informele hulp.
Formele hulp wordt geleverd door personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG) of artikel 5.2.1, van het Besluit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp.
Bij de tarieven voor pgb’s wordt onderscheid gemaakt tussen:
formele hulp instellingstarief, dit is 90% van het tarief in natura
formele hulp zzp-tarief, dit is 75% van het tarief in natura
informeel tarief, dit wordt gebaseerd op het wettelijk minimumloon vermeerderd met vakantietoeslag zoals gepubliceerd op rijksoverheid.nl
Van formele hulp instellingstarief is sprake als de hulp verleend wordt door personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. Het instellingstarief is nooit van toepassing bij bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de jeugdige of zijn ouder(s).
Van formele hulp zzp-tarief is sprake als de hulp verleend wordt door personen die aangemerkt zijn als zzp’er (zelfstandige zonder personeel). Daarnaast moeten ze voor de uit te voeren taken en/of werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s.
Van informeel tarief is sprake als de hulp verleend wordt door:
personen, al dan niet uit het sociaal netwerk, die niet voldoen aan de criteria voor formele hulp
personen die wel voldoen aan de criteria voor formele hulp, maar bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad zijn van de jeugdige of zijn ouder(s).
Hoofdstuk 6
Artikel 26
Onderscheid formele en informele hulp
Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Assen 2026