Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3.11

Aspecten Intensieve ambulante gezinsbehandeling instellingen voor de duur van maximaal 1 jaar

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Assen 2026

Er is sprake van een jeugdige die (gespecialiseerde) behandeling behoeft omdat ondersteuning in de vorm van begeleiding niet voldoende is. Er kan sprake zijn van een (licht) verstandelijke beperking. Doelstelling van de hulp aan gezinnen is gedragsverandering, het versterken van de eigen kracht, het betrekken van het netwerk en vroegtijdig, laagdrempelige hulp bieden om zorgen in de toekomst te voorkomen. Er wordt altijd ingezet vanuit het gezinsperspectief. Definitie: Gezinsbehandeling is het methodisch tot stand brengen van gedragsverandering om belemmeringen, bij jeugdigen en/of ouder(s) weg te nemen (= herstel) of te verminderen (= erger voorkomen). Deze belemmeringen kunnen worden veroorzaakt door psychische of psychosociale klachten bij jeugdigen en/of ouder(s). Behandeling wordt ingezet op basis van een gedegen analyse/ diagnostiek en een specifiek – van tevoren bepaald – behandeldoel binnen een van tevoren bepaalde periode. Behandeling wordt uitgevoerd door een professional met SKJ/NVO/NIP/NVRG of BIG-registratie of een professional met een registratie in het register voor Vaktherapie of het register van de Vereniging voor Gedrags- en Cognitieve therapieën. Er wordt gewerkt met bewezen effectieve methoden (bij voorkeur evidence based) voor een specifieke doelgroep of bij specifieke klachten. De instelling voor ‘Ambulante gezinsbehandeling instellingen’ heeft zich op die specifieke kennis gespecialiseerd. Er worden meerdere disciplines binnen één instelling ingezet bij de jeugdigen. Beschrijving: De ‘Intensieve ambulante gezinsbehandeling instellingen’ richt zich op ernstige, meervoudige problematiek bij de jeugdige, waarbij de ondersteuning multidisciplinair aangeboden moet worden. De behandeling richt zich op het verminderen dan wel stabiliseren van de problematiek en het verbeteren van het functioneren van de jeugdige en het omringende systeem. Onderwerp van de behandeling zijn zaken als ernstige gedragsproblematiek bij de jeugdige, opvoedvaardigheden bij ouder(s) en/of de consequenties van een (v)echtscheiding. Bij intensieve ambulante gezinsbehandeling kan ook sprake zijn van een situatie waarbij een (licht)verstandelijke beperking een rol speelt. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: Er is slechts sprake van alledaagse herkenbare opvoedingsvragen die gaan over enkelvoudige en praktische problemen. De ouder(s) kunnen de situatie goed aan. Jeugdige verblijft in een positief en veilig opvoedklimaat. Mogelijke subresultaten: Het gezin kan ondanks een ongewenste situatie zelfstandig een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige organiseren. Het gezin kan, of beide ouders kunnen, ondanks de ontstane ongewenste situatie, met ondersteuning een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige organiseren. Jeugdige wordt voorbereid en begeleid naar zelfstandigheid en/of zelfstandig wonen. Randvoorwaarden: Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘opvoedingsstress’ en/of ‘huiselijke relaties’ in de ZRM. De behandeling richt zich niet uitsluitend op het kind, maar ook op de andere leden van het systeem waar het kind deel van uitmaakt. ‘Intensieve ambulante gezinsbehandeling instellingen’ wordt alleen ingezet indien voorliggende problemen opgelost zijn (denk hierbij aan schuldsanering, emotie regulatie, oververmoeidheid, etc.). Constateert jeugdhulpaanbieder dat de basis niet op orde is, dan dient in overleg met de gemeentelijk toegang vastgesteld te worden hoe de basis eerst op orde gebracht kan worden. Dit kan betekenen dat de ‘Intensieve ambulante gezinsbehandeling instellingen’ voor alsnog niet wordt ingezet. De ‘Intensieve ambulante gezinsbehandeling instellingen’ dient vormgegeven te worden middels een ondersteuningsplan die wordt opgesteld samen met de ouder(s) en/of de jeugdige. Onderdeel van dit plan zijn afspraken die gemaakt worden met de ouder(s) en/of jeugdige voor de periode na afronding van de behandeling. Hoe wordt recidive voorkomen? Hoe wordt geborgd dat de geleerde vaardigheden beklijven? De gemeente kiest ervoor om ook ouder(s) te ondersteunen bij opvoedvraagstukken, indien er voor de jeugdige niet direct een toekenning voor een individuele voorziening is. Een toekenning voor de ouder(s) op grond van de Wmo is niet noodzakelijk. Inzetbaar op interventieniveau 6. Jeugdhulpaanbieder beschikt over een eigen klinische voorziening, danwel is in staat deze klinische voorziening op basis van aantoonbare samenwerkingsafspraken te leveren. Jeugdhulpaanbieder heeft voldoende behandelcapaciteit 75 kilometer rond de gemeentegrenzen van de deelnemende gemeenten. Jeugdhulpaanbieder is aantoonbaar verbonden met landelijke kenniscentra, zoals het NJI, Landelijk Kenniscentrum KJP of andere relevante kennisinstituten. Jeugdhulpaanbieder committeert zich aan de Treeknorm. Personeelseisen: Minimale functiemix: 85% Hbo(+), 10% WO en 5% WO+/arts. Jeugdhulpaanbieder heeft een minimale omvang van 15 FTE aan behandelaren die WO/WO+ geschoold zijn.

Rechtspraak bij dit artikel