Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
bedrijfsvaartuig: elk vaartuig dat een toeristisch, dienstverlenend en/of commercieel doel dient;
bruine vloot: traditionele zeilschepen of motorschepen bestemd voor de professionele passagiersvaart (chartervaart);
camper: een (bestel)auto, ingericht voor het vervoeren van één of meer personen en geschikt voor kamperen of buitenverblijf met de mogelijkheid tot overnachten;
camperstandplaats: door het college van B&W aangewezen en gereguleerde overnachtingsplaatsen voor campers;
dag: een dag of een gedeelte daarvan als sprake is van gebruik van een ligplaats of camperstandplaats voor overnachting;
historisch schip: een (on)bewoond vaartuig ouder dan 50 jaar, die in Nederland is gebouwd of beeldbepalend is geweest op de Nederlandse wateren;
klein vaartuig: een klein vaartuig waarop niet kan worden overnacht bijvoorbeeld kano, rubberbootje, visbootje, roeibootje en klein motorbootje;
lengte van een vaartuig: de ruimte die een vaartuig inneemt inclusief toebehoren (boegspriet, davits, volgboot etc.);
ligoever: een volgens de ligplaatsenverordening of bestemmingsplan aangewezen locatie waar vaartuigen mogen aanleggen of een ligplaats innemen;
ligplaats: een gedeelte van het openbaar vaarwater, bestemd of geschikt om door een vaartuig met bijbehorende voorzieningen te worden ingenomen;
Museumhaven: gedeelte van het Grootdiep tussen de kettingbrug en de Zijl, alsmede het Kleindiep in Dokkum;
passantenplaats: een door de gemeente aangewezen ligplaats voor pleziervaartuigen die bedoeld is voor kortdurend verblijf van passanten;
pleziervaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebruikt voor recreatieve doeleinden;
terrasboot: een (historisch) vaartuig gebruikt als onoverdekt terras waar dranken worden geschonken en eten voor directe consumptie wordt verstrekt;
vaartuig: een drijvend lichaam dat als gevolg van zijn drijfvermogen wordt gebruikt dan wel geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende voorwerp een geheel uitmakende voorwerpen;
vaste ligplaats: een door de gemeente aangewezen ligplaats waar een vaartuig langdurig mag liggen zonder overnachting of recreatief gebruik;
vingersteiger: een steiger die haaks op de kade of ligoever is gelegen en waaraan vaartuigen kunnen worden afgemeerd;
winterseizoen: de periode van 1 november tot en met 31 maart;
woonark; een drijvende woning die gebouwd is op een betonnen of stalen bak (casco) en niet is ontworpen om mee te varen;
woonschip: een zich in/op het water bevindend vaartuig dat zelfstandig kan varen en is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart, maar dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor wonen, niet zijnde een drijvend bouwwerk;
zomerseizoen: de periode van 1 april tot en met 31 oktober.
Artikel 1
Definities
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering Lig- en Staangeld gemeente Noardeast-Fryslân 2026