Naar hoofdinhoud
1.. Bij de beoordeling van de vraag of een woonvoorziening van bouwkundige of woontechnische aard nodig is, wordt allereerst het afwegingskader uit de verordening (artikel 10 en 11) en artikel 12 uit de beleidsregels (inclusief de toelichtingen) toegepast, bovendien geldt het primaat van verhuizen naar een passende of goedkopere aanpasbare woning in gemeente Leusden of in de nabijheid van gemeente Leusden liggende gemeenten, waarbij rekening zal woren gehouden met medische, sociale en financiële factoren. De aanvraag voor een woonvoorziening kan geweigerd worden als de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning. Indien verhuizen als passende oplossing wordt aangemerkt, kan het college volstaan met het bieden van ondersteuning bij de verhuizing of een verhuiskostenvergoeding. Voor de beoordeling of een aanpassing voorliggend is op het primaat van verhuizen wordt het bedrag van 9.000 euro gehanteerd. Voor sociale huurders zal er voor het toepassen van het primaat van verhuizen ook contact met de woningbouw worden gezocht; 2.. Indien een verhuizing als bedoeld in het eerste lid naar het oordeel van het college in redelijkheid niet van de cliënt kan worden gevergd, geldt het principe van goedkoopst adequaat 3.. Indien een verhuizing genoemd in het eerste en tweede lid naar het oordeel van het college niet in redelijkheid van de cliënt kan worden gevergd kan een losse woonunit of een woningvoorziening van bouwkundige aard of woontechnische aard worden verstrekt. 4.. Voorzieningen die aan te duiden zijn als duurzame gebruiksgoederen zoals ook woningaanpassingen worden tot een bedrag van € 1.200,- als algemeen gebruikelijk beschouwd en niet vergoed door het college 5.. Voor aanpasingen boven deze grens kan gelden dat er sprake is van voorzienbaarheid waardoor voorzieningen ook niet vergoed worden door het college 6.. Indien er een aanvraag wordt gedaan voor (automatische) deuropeners en drangers in gezamelijke ruimtes, gaat het college er van uit dat mensen zelf primair verantwoordelijk zijn voor hun eigen woonomgeving; en dat deze geschikt is om te gebruiken en toegankelijk is. Waar zich voorzienbare belemmeringen en kosten voordoen vragen wij hier zelf dus (vooraf) rekening mee te houden. Indien zij wonen in een collectieve particuliere huisvesting geldt dat ook voor de gezamenlijke ruimte niet anders. In dat geval zouden de bewoners daar in gezamenlijkheid via een VVE (en/of in een eerdere fase de ontwikkelaar) verantwoordelijkheid voor kunnen en moeten nemen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel